Verloren bieren – 9 – Gezondheidsbier
Zou het nou niet mooi zijn, als bier gewoon gezond was? In plaats van dat het je lever aantastte en je er katers van kreeg? Het vreemde is, dat in de negentiende eeuw bier juist bij uitstek als een gezonde drank werd gezien. Het was dan ook de tijd dat veel arme mensen zich kapot zopen aan de jenever, en dan was bier zo slecht nog niet.
Bepaalde biersoorten werden zelfs exclusief om hun geneeskrachtige werking aangeprezen. Om te beginnen het Dantziger Jopenbier, een donkere, stroopachtige substantie die ‘zeer heilzaam voor klierachtige gestellen’ zou zijn en ook tegen ‘maagpijn en aamborstigheid’ werkte. De Nederlandse brouwerij Van Vollenhoven begon dit bier te beconcurrreren met zijn Extra Stout, ‘meest versterkende drank voor Herstellenden, Bloedarmen en en Kraamvrouwen’ (en daar komen we binnenkort nog op terug). (meer…)


Een schilderij van Rembrandt kun je nog steeds bekijken, een plaat van Jimi Hendrix kun je nog steeds beluisteren, een stuk van Shakespeare kun je nog steeds opvoeren en een van de meest gelezen boeken is tweeduizend jaar oud. Maar van bier kun je maar één keer genieten: op het moment dat het bestaat. Zelfs bier van tien jaar oud dat je angstvallig bewaard hebt in de kelder van je ouders smaakt al niet meer zoals op het moment dat je het kocht. Alleen héél goede bieren zijn na dertig jaar nog drinkbaar, tenminste als je er in de Kulminator een vermogen voor wilt neertellen. Oudere bieren? No chance.
Na vorige week een zomerbier te hebben gedaan, gaan we ons nu voorbereiden op de winter. Een echt winterbier, met recept, want het ultieme doel van deze artikelen is natuurlijk dat we het bier uit vroeger tijden ook kunnen proeven.
En dan wordt het nu tijd om eens een echt vergeten biersoort aan de vergetelheid te ontrukken. Het is een zonnig dagje, dus zullen we nog even een zomerbier doen? Bovendien met een recept, want het ultieme doel van deze artikelen is natuurlijk dat we het bier uit vroeger tijden ook kunnen proeven.
Rond 1891 verscheen een opvallende nieuwkomer in het veranderende Nederlandse bierlandschap. In dat jaar schreven de bierbrouwers van de provincie Noord-Brabant een verzoekschrift aan de paus. De tekst was als volgt: “Allerheiligste Vader! Met diepen eerbied vragen de ondergeteekenden … Uwen Vaderlijken zegen en oorloven zich Uwe Heiligheid in kennis te stellen dat zij ernstig in hun bedrijf benadeeld worden door de exploitatie eener bierbrouwerij door de Eerwaarde Paters Trappisten.” De brouwers voelden zich ernstig benadeeld door de oneerlijke concurrentie en smeekten de paus om de Trappisten maar alstublieft te laten ophouden met bierbrouwen. 
