Het Bockbierboek is uit!

Herfst in Nederland: vallende bladeren en donker, stevig bockbier. En dit jaar wordt het bockbierseizoen nog leuker, want Het Bockbierboek is uit! Samen met Marco Daane en Rick Kempen (volgens de uitgever zijn we samen ‘de schuimkraag van bierschrijvend Nederland’) mocht ik dit boek maken over deze oerhollandse biertraditie. Want ook al valt het soms wat weg tegen alle collabs, tap-takeovers en barrel aged-edities waarmee de bierliefhebber om de oren wordt geslagen, bockbier leeft! Ga maar eens kijken op een van die vele bockbierfestivals die de komende tijd weer drommen mensen gaan verwelkomen.

Marco schrijft in het boek over de oorsprong van bockbier, en hoe het van Duitsland naar Nederland kwam. Ik mocht de twintigste eeuw voor mijn rekening nemen, terwijl Rick het heden en de toekomst van bock behandelt. Bij het schrijven van het boek viel me weer op hoe klein het fenomeen bockbier in Nederland vaak eigenlijk was: het werd rond 1870 voor het eerst op serieuze schaal door Nederlandse brouwers gemaakt, maar nooit in grote hoeveelheden. Het aandeel ervan in de totale productie van grote brouwerijen als Heineken en Oranjeboom schommelde in de jaren 1930 tussen de 0,5 en 1,5 %. En toch, sinds het bockbier in Nederland de kop opstak, als onderdeel van het ‘standaard’ Beierse bierprogramma dat de grote industriële brouwers uit Duitsland overnamen, zorgde juist de status van seizoensbier altijd voor wat reuring die andere bieren, zoals Dortmunder of Münchener, niet kregen.

Bockbierfeest bij Frigge in Groningen, 1952.Er waren bockbierintochten in o.a. Amsterdam en Maastricht in de jaren dertig, terwijl kort na de oorlog het fenomeen ‘Bockbierfeest’ een ding werd in de provincie Groningen: dansen, muzikale acts, gratis mosselhapjes, verkiezingen van een heuse bockbierkoningin. ‘Rond de dansvloer en in het voorgedeelte van het café was geen plaats onbezet,’ lezen we over het bockbierbal bij Grand Hotel Frigge in Groningen in 1948. ‘Overal opgewekte gezichten. En als de bokkewagen binnenreed met een stroblonde schone, dan klonk het “Bokkie bokkie bè” uit volle borst.’ Deze fantastische bocktraditie bloedde helaas begin jaren zestig dood.

In de jaren zeventig probeerde Heineken de belangstelling voor bockbier nog wat aan te zwengelen met allerlei reclamecampagnes, al was het eigenlijk volgens eigen zeggen ‘geen commercieel artikel meer’. Het waren de jaren dat Nederland nog maar een handjevol brouwerijen kende, die allemaal voor meer dan 99% standaardpils produceerden. Bockbier was een van de weinige ontsnappingsmogelijkheden uit deze ‘pilswoestijn’. Het werd dan ook een boegbeeld van de opkomst van de belangstelling voor speciaalbier (kort gezegd, al het bier dat geen pils was) in Nederland. In 1978 vond in café Gollem in Amsterdam een piepklein bockbierfestival plaats, dat twee jaar later door de kersverse bierdrinkersvereniging PINT werd geadopteerd en dat uitgroeide tot een meerdaags massa-evenement in de Beurs van Berlage.

Hertog Jan brengt Nederlands eerste bovengistende bockbier, 1952.Vanaf 1980 openden in Nederland weer een aantal nieuwe brouwerijen, die kwaliteit en variëteit hoog in het vaandel hadden staan. Hertog Jan, ’t IJ, De Raaf, de Friese brouwerij. Ook zij brouwden bockbier, al was het maar om daarmee vertegenwoordigd te kunnen zijn op het PINT-bockbierfestival. Zij brouwden hun bock over het algemeen bovengistend, terwijl bock van oudsher een ondergistend bier is. Nog altijd is de richtingenstrijd niet verstomd of dit nou eigenlijk een heel leuke ontwikkeling was of een doodzonde!

Wil je weten hoe dit nou allemaal precies zit, waarom ooit de bockbiertocht door Maastricht werd afgelast en er zelfs brouwers voor de rechter moesten verschijnen, hoe bockbier in Frankrijk, Berlijn en Nederlands-Indië smaakte, en wat de hostessen van Martinair met bockbier te maken hebben, dan kan ik alleen maar zeggen: lees Het Bockbierboek. En drink er een bockje bij natuurlijk.

-> Het boek bestellen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *