Factcheck: de Belgische bierwet van 1852

Als ik één ding heb geleerd van het schrijven over Nederlands en Belgisch bier de afgelopen jaren, is dat je eigenlijk alles moet checken en nooit iets zomaar voor zoete koek moet aannemen. Natuurlijk, niet alles is even makkelijk te controleren, maar van lieverlee ontwikkel je wel een soort Fingerspitzengefühl waardoor bepaalde beweringen in je achterhoofd blijven rondzingen. Waarvan je denkt: die gaan we nog een keer checken. Vandaar: de Belgische bierwet van 1852.

In 1979 schreef de Belgische uitgever en bierliefhebber Wilfried Patroons het onvolprezen boek Bier. Achter deze simpele titel gaat het eerste boek schuil waarin alle Belgische brouwerijen, op dat moment 122 in getal, stuk voor stuk beschreven worden. Het eerste boek dat de Belgische biercultuur in al zijn rijkdom voor het gewone publiek op een rijtje zette. Het is bovendien een prachtig tijdsbeeld.

Het boek <i>Bier</i> van Wilfried Patroons uit 1979, waarin we de 'bierwet van 1852' voor het eerst tegenkomen.Echter, op bladzijde 156 lezen we, in de paragraaf over de Limburgse brouwerij Martens, wel iets opmerkelijks. ‘In 1852 kwam er een wet op de brouwerijen waarbij de minimum storting op 300 kg werd gebracht; zes of zeven kleine brouwerijen verdwenen hiermee te Bocholt; alleen Martens zette haar activiteit voort.’[1]

Hm, interessant. Iets dergelijks zien we in een boek van wat later datum, het kloeke en doorwrochte Antwerpen bierstad uit 2011. Daar lezen we dat ‘in 1852 in het parlement een nieuwe brouwerijwet werd gestemd die bepaalde dat voortaan per brouwsel minimum 300 kilogram graan dient gestort te worden. Dit betekent de doodsteek voor honderden huisbrouwerijen. Dit waren cafés die alleen voor eigen gebruik brouwden of loonbedrijfjes die met aangebrachte grondstoffen (granen, hop en kruiden) bier brouwden voor derden.’[2]

Ik ben dus gaan zoeken naar die wet uit 1852, die kennelijk zulke ingrijpende gevolgen had. Dat moet te doen zijn, een wet is immers geen obscuur flapje papier verstopt op een zolder, maar iets wat uitgebreid in de openbaarheid wordt gebracht. Maar trouwe lezers van dit blog weten inmiddels wel waar dit heen gaat: er was niets, maar dan ook niets te vinden wat ook maar in de verste verte op zo’n wet leek. De bierwet die halverwege de 19e eeuw in België van kracht was, dateerde van 1822, toen België en Nederland nog één land waren en was dan ook ondertekend door koning Willem I. Die wet was in 1830, 1841, 1844, 1846 en 1851 nog wat herzien en uitgebreid, maar van een bepaling over een minimumstorting van 300 kilo graan ontbreekt elk spoor.[3]

Het zou ook vreemd zijn als de Belgische overheid zo’n beperking op de storting zou afkondigen, omdat op dat moment de fiscus helemaal niet lette op de hoeveelheid graan die een brouwer gebruikte. De accijns werd geheven op de inhoud van de beslagkuip, of daar nu veel of weinig graan in was gepropt. Pas met de nieuwe bierwet van 1885 zou men voortaan de accijns berekenen op grond van de hoeveelheid gebruikt graan, wat het in de praktijk mogelijk maakte om kwalitatief beter bier te maken in plaats van zoveel mogelijk slap spul uit het beslag te trekken.[4]

Laten we ook even kijken naar het aantal brouwerijen in België rond 1852:[5]

Jaar Aantal brouwerijen
1850 2894
1851 2875
1852 2886
1853 2850
1854 2785
1855 2705
1856 2692
1857 2671
1858 2690
1859 2730
1860 2736

Het Belgische parlement in de jaren 1880, toen de nieuwe bierwet werd aangenomen die voortaan de accijns baseerde op de gebruikte hoeveelheid mout. Bron: Wikimedia Commons.Betekende de (al dan niet bestaande) wet van 1852 dus ‘de doodsteek voor honderden huisbrouwerijen’? Dat blijkt niet uit de cijfers. We zien een heel lichte daling, maar dat was een trend die al langer aan de gang was.

Pas in het jaar 1900 zien we deze befaamde bepaling daadwerkelijk in de wetgeving opduiken. In dat jaar werd de Belgische bierwet gewijzigd en dan lezen we: ‘De aangiften wegens het storten van meel in de roerkuipen of andere daarmee gelijkgestelde vaten mogen slechts begrijpen hoeveelheden uitgedrukt in geheele getallen; het gezamenlijk bedrag der storting mag niet beneden de 300 kilogrammen zijn.’[6] De genoemde maatregel werd dus pas een halve eeuw later dan men beweerde ingevoerd. Nu de hamvraag: resulteerde dit ook in en masse sluitende brouwerijtjes? We pakken de cijfers erbij:

Jaar Aantal brouwerijen
1899 3143
1899 3183
1900 3223
1901 3253
1902 3276
1903 3319
1904 3336
1905 3362
1906 3375
1907 3307
1908 3379

Niets van dat al kortom, het aantal brouwerijen in België steeg in die jaren juist vrolijk verder. We zien overigens dezelfde bepaling over het minimum van 300 kilo nog terug in de bierwet van 1935. Na de oorlog ging men op een andere manier van accijnsheffing over, op het stamwortgehalte.[7] De minimale grootte van een brouwsel kwam toen op 100 hectolitergraden (wat betekent: het aantal hectoliter bier vermenigvuldigd met het aantal graden Plato).[8]

Al met al kunnen we de bierwet van 1852 dus naar het rijk der fabelen verwijzen. Hoe komt zoiets nou in de wereld? Wilfried Patroons die het verhaal in 1979 optekende was ongetwijfeld te goeder trouw. Hij zal het van een medewerker van brouwerij Martens zo gehoord hebben, of misschien had hij gewoon het jaartal verkeerd of onduidelijk genoteerd. En dan nog verdwenen er geen honderden brouwerijen. Hoe dan ook, zo komen dit soort mythes soms in de wereld. In 2005 vond het 1852-verhaal zelfs zijn weg naar de Wikipedia, ook weer op een manier waarop je weinig kunt aanmerken: de Wikipedia-redacteur had het immers ook te goeder trouw overgenomen, waarschijnlijk uit het boek van Patroons of een ander naslagwerk.[9] En als iets eenmaal op Wikipedia staat, dan gaat het pas echt rondzingen: dankzij vrolijk knip- en plakwerk van allerlei andere websites die het daar weer vandaan plukken, kun je het verhaal overal op het wereldwijde web tegenkomen.

Uiteindelijk heeft de mythe zo’n veertig jaar kunnen rondzingen. We kunnen er echter nu dan toch werkelijk een punt achter zetten: de wet van 1852 heeft nooit bestaan.


[1] Wilfried Patroons, Bier, Antwerpen 1979, p. 156.

[2] Ivan Derycke (red.), Antwerpen bierstad. Acht eeuwen biercultuur, Brasschaat 2011, p. 80. Auteur Paul Daeleman haalt hier in feite een bewering aan van Jos Cels uit diens boek Streekbieren in Vlaanderen deel 2 uit 1995, maar dat heb ik niet in mijn collectie.

[3] W. Frère-Orban, Code des contributions directes, douanes et accises de la Belgique en vigueur au 1er août 1852, Brussel 1852, p. 283-310.

[4] Bulletin de statistique et de législation comparée, jaargang 9 deel 18, Parijs 1885, p. 94-104.

[5] Thierry E. Mommens, De Belgische voedingsnijverheid tijdens de 19e eeuw, Leuven 1993.

[6] https://www.dekamer.be/digidoc/DPS/K3018/K30180445/K30180445.PDF. Een dergelijke bepaling staat al in een rapport van de senaat uit 1887, maar ik kon niet achterhalen of het vòòr 1900 al daadwerkelijk in de wet belandde. Vgl. https://www.senate.be/lexdocs/S0588/S05881957.pdf.

[7] Vgl. La libre Belgique 8-1-1936; De nieuwe gids 30-11-1950.

[8] Gilbert Baetslé, Handboek bij de studie van de mouterij- en brouwerijtechnologie, Gent 1984, p. 281.

[9] https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Bier&oldid=878965


5 reacties op “Factcheck: de Belgische bierwet van 1852”

  1. Koen schreef:

    Prachtig speurwerk. Spreekt mij als journalist wel aan!

  2. bart maes schreef:

    In Weert zijn wel veel brouwerijen rond WO1 gesloten. Is daar een reden voor?

  3. Roel Mulder schreef:

    Hallo Bart, Nederlandse brouwerijen hadden in 1914-1918 vooral te kampen met tekort aan grondstoffen (met name gerst) en brandstof (steenkolen). Daardoor moesten velen hun deuren sluiten. In 1914 waren er 439 brouwerijen in Nederland, in 1919 nog 271.

  4. Frank Stoute schreef:

    Hallo Roel, Ik vind het heel bijzonder dat er in de bierwereld zoveel zaken blijken te zijn die bij nadere beschouwing heel anders blijken te zijn. Heb met veel plezier het Vlaams bruin/rood verhaal gelezen, alsook het artikel over de wet uit 1852.

  5. Fhilip Vannieuwenhuyze schreef:

    In Stasegem (Harelbeke) bestond een brouwerij van de familie De Coninck sedert 1835. Daarvoor werd gebrouwd in het brouwershof Te Staceghem. Men brouwden aanvankelijk een bruin zuur bier dat later (na WO II)een zoetere smaak kreeg en als ‘Stasegems bruin bier’ over de toog ging. Brouwerij werd in 1969 verkocht aan Artois. Dit ter info.
    Zeer interessante en boeiende artikels over de oude (West) Vlaamse bieren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *