Drie ‘bierbelevenissen’ in en om Brussel

Het toerismeseizoen is weer aangebroken, en wat is er leuker dan biertoerisme? Dus bezocht ik onlangs drie ‘bierbelevenissen’ in en om Brussel. Wat is er zoal te beleven, en is het het entreegeld een beetje waard? Een blik in het Abdijbiermuseum van Grimbergen, het Biermuseum op de Grote Markt, en de Belgian Beer World in het Beursgebouw.

Abdijbier

Om te beginnen belandde ik laatst in Grimbergen. Al heel vaak had ik de naam op de borden langs de snelweg zien staan, nu werd het tijd om de afslag ook echt te nemen. Midden in het dorp torent de Sint-Servaasbasiliek overal bovenuit. Het is de puntgaaf bewaard gebleven abdijkerk van het Norbertijnenklooster dat hier in 1128 werd gesticht en waarvan we de naam zo goed kennen van het gelijknamige biermerk. De eigenlijke abdij wordt nog door monniken bewoond en is niet toegankelijk, maar wel is er het naastgelegen ‘belevingscentrum’.

De eerste indruk is: wat is alles hier gelikt. Het restaurant genaamd Fenikshof is spic en span ingericht, op de tap de vijf door de eigen microbrouwerij gebrouwen bieren. Voor 12 euro kun je er het Abdijbiermuseum op de eerste verdieping bezoeken, voor vier euro extra kun je vervolgens in het restaurant twee bieren proeven. Boven is duidelijk dat er door de brouwers van het internationaal verkrijgbare biermerk in de buidel is getast: een strakke inrichting, gelikte filmpjes met zonnige sfeerbeelden en een ronkende uitleg van de verantwoordelijke pater Stautemas.

Originele brouwdocumenten in het Abdijbiermuseum in Grimbergen.En toch… men vertelt er wel degelijk het historische verhaal. Hoe de abdij door de eeuwen een meermalen werd vernietigd, wat leidde tot het gebruik van de feniks als symbool. Over hoe de abdij ooit drie soorten bier maakte, goed bier voor de abt en zijn gasten, conventsbier voor de paters, en klein bier voor vrouwen, kinderen en pelgrims. Eind achttiende eeuw brak de Franse Revolutie uit, en ook de rijke abdij van Grimbergen werd door de Fransen opgeheven, in stukken gedeeld, verkocht en gedeeltelijk gesloopt. In 1835 keerden de monniken terug. Pas sinds 1958 wordt er echter weer bier onder de vlag van Grimbergen gebrouwen, maar dan in licentie door een commerciële brouwerij, aanvankelijk was dat Maes. Sinds 2008 is Carlsberg eigenaar van het merk.

Natuurlijk, eigenlijk is het ‘museum’ allemaal een grote reclamespot voor het wereldwijd verkrijgbare Carlsberg-product, maar men heeft wel degelijk keurig onderzoek gedaan naar de geschiedenis. Te zien zijn originele brouwdocumenten uit 1795, kort voor de abdij werd opgeheven. Er zijn een paar archeologische vondsten, en na wat commerciële parafernalia en een algemeen stuk over Belgisch bier, vertelt de expositie over het verleden en heden van de eigenlijke abdij.

Bovendien heeft men in 2021 een kloek boek geproduceerd, De vierde feniks, bier en de abdij van Grimbergen door de eeuwen heen. Hierin staat keurig uitgelegd hoe het allemaal zit en men heeft er aardig wat onderzoek in gestoken. Complimenten! Al met al is het een aardige plek om te bezoeken, al is de hoofdattractie eigenlijk de prachtige abdijkerk met zijn zeventiende- en achttiende-eeuwse interieur, rijk voorzien van indrukwekkende beeldhouwwerken en schilderijen. Die is de omweg nog het meeste waard.

 

Tourist trap

Door naar Brussel. Daar vinden we op de Grote Markt in feite de oudste toeristische bierbeleving van België: het Biermuseum in de kelder van het historische Brouwershuis met zijn vergulde gevel. In 1954 opende dit zijn deuren, compleet met een reconstructie van een oude brouwzaal met houten kuipen, en verder wat historisch gereedschap, reclameborden en drinkgerei. Na een ongetwijfeld respectabele staat van dienst, is dit kleine museumpje de laatste jaren echter afgetakeld tot een onvervalste ‘tourist trap’. Aan de straat staat een knullig beplakt bord om de toeristen te lokken, beneden staan de uitgestalde objecten er maar wat verwaarloosd bij. Het geheel wordt gerund door een wat lompe barman, die in steenkolenengels je geld in ontvangst neemt en je van twee biertjes voorziet om te proeven.

En toch, de entree is als ‘promo’ verlaagd naar vijf euro. Vijf euro voor twee glazen bier, een Stella en een Malheur Brune (12% alcohol), dat is ongetwijfeld de goedkoopste deal van de wijde omtrek. En als je even blijft hangen wil die barman nog best wat leuke anekdotes kwijt over zijn horeca-ervaring. Wil ik niet nog een Malheur, van het huis? Heel vriendelijk, maar ik moet nog even een deur verder…

 

Een project van 90 miljoen

Even verderop ligt namelijk de Belgian Beer World. Dit 90 miljoen euro kostende project opende in 2023 zijn deuren in het imposante Beursgebouw, dat een paar jaar daarvoor leeg was komen te staan. De Belgische brouwers hebben hiermee, met zeer royale steun van de overheid, hun eigen antwoord gemaakt op attracties als de Heineken Experience in Amsterdam en het Guinness Storehouse in Dublin. Bij de opening rekende men op 400.000 bezoekers per jaar; aantallen die overigens bij lange na niet gehaald worden.[1]

Welnu, de toegang is 21,50 euro, inclusief een proefbierglaasje in de expositie en een biertje aan de bar boven. Wat krijg je ervoor? Er is een over twee verdiepingen verdeelde expositie die het een en ander beweert over verleden en heden van Belgisch bier, in een overigens voorbeeldig gerestaureerd gebouw. Het is ook wel duidelijk op welk publiek men mikt: toeristen die lollig, om niet te zeggen oppervlakkig vermaak zoeken, waar ze wat fotootjes voor het thuisfront en sociale media kunnen knippen, en vervolgens met de pretentie dat ze iets cultureels gedaan hebben, van hun biertje gaan nippen in ‘rooftop bar’.

En daar is op zich ook niks mis mee, het ‘beleveniscentrum’ in Grimbergen is in feite ook niet veel meer dan dat. Maar in tegenstelling tot Grimbergen hebben de makers van de opstelling van Belgian Beer World… helemaal nul komma nul research gedaan. Hertog Jan van Brabant heette eigenlijk Gambrinus? Heksen waren eigenlijk brouwvrouwen? Keizer Karel IV verplichtte in 1364 tot het brouwen met hop? Ik dacht dat mijn collega-bierhistorici en ik deze achterhaalde kleuterverhaaltjes nu onderhand wel met wortel en tak uit hadden geroeid, maar hier worden ze weer uit het riool opgedregd.

Het zal de meeste toeristen allemaal worst wezen, die schieten wat plaatjes voor hun Instagram-account en vergapen zich aan het inderdaad fraaie uitzicht op het dakterras, waar de bar een uitstekende selectie Belgische bieren heeft. Maar dat een prestigieus project met internationale uitstraling als Belgian Beer World met zulk historisch ‘fake news’ komt aanzetten, geeft te denken. Daarom binnenkort een volgend artikel dat dit allemaal in detail doorakkert: uw gids tot de historishe bullshit van Belgian Beer World!

 

[1] https://www.knack.be/nieuws/cultuur/hoe-sven-gatz-met-belastinggeld-zijn-brusselse-biertempel-bouwde/


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *