Belgian Beer World: uw gids door het historisch ‘fake news’

De vorige keer schreef ik over mijn eerste indrukken van Belgian Beer World. Deze peperdure toeristenattractie staat sinds 2023 midden in Brussel, hoofdstad van bierland België. Het restaureren van het oude beursgebouw en het inrichten van de expositie over ’s lands populairste drank kostte meer dan 90 miljoen euro, grotendeels opgehoest door de overheid, want de Belgische brouwers droegen nog geen 6 miljoen bij.[1]

Maar dan heb je ook wat, zou je denken. De Belgische biercultuur is beschermd Unesco-erfgoed, België is thuisbasis van ’s werelds grootste brouwerij AB InBev. België staat terecht bekend om zijn de grote variëteit en kwaliteit van zijn bieren, waaronder een paar eeuwenoude respectabele soorten als witbier, geuze-lambiek en Vlaams oud bruin, en iets nieuwere bieren die velen in hun hart hebben gesloten als abdijbier, saison, zwaar blond, fruitbier en spéciale belge.

Inkoppertje dus, toch? Zoveel moois móét toch ook een kwalitatief hoogwaardige publieks-‘experience’ opleveren, te meer omdat er heel veel mooi oud en nieuw materiaal beschikbaar is, en er genoeg prachtige verhalen zijn opgetekend die schetsen hoe het allemaal zit? Zoals de gezamenlijke Belgische brouwers aan zijn stand verplicht zijn? Hoe moeilijk kan het zijn om daar iets waardevols van te brouwen?

Nou, dat was dus te hoog gegrepen. De resulterende Belgian Beer World is een hol vat. Natuurlijk, het is bedoeld als ‘beleveniscentrum’, niet als serieus museum. Men heeft gekeken naar onder meer de Heineken Experience in Amsterdam, het Guinness Storehouse in Dublin, en naar vergelijkbare merken-pretparken van pakweg Coca-Cola, Mercedes en de vele ‘chocolademusea’ die de wereld inmiddels kent. Dus ik snap dat het allemaal licht als een veertje moet en dat het grotendeels uit door designers in elkaar geknutselde filmpjes, spelletjes en instagrammomentjes moet bestaan.

Echter, zoals het bij bier gebruikelijk is, is aardig wat plaats ingeruimd voor een quasi-historische opstelling, want bier gaat nou eenmaal al langer mee dan cola of auto’s, en dat is een deel van de aantrekkingskracht ervan. Maar juist op dat terrein is het een aanfluiting. Anders gezegd: de Belgian Beer World is de grootste verzameling aan historisch ‘fake news’ die ik ooit bij elkaar heb gezien. Men heeft de ergste, domste clichés die men kon vinden op een hoop geveegd en deze drollen vervolgens met goud beschilderd.

Heel vermoeiend, omdat historici als ik dan voor de zoveelste keer moeten uitleggen dat het niet klopt, en hoe het dan wel zit. Maar goed, die taak neem ik dan maar weer op me, iemand moet het doen. Dus riemen vast, we akkeren even door wat de Belgian Beer World zoal over de Belgische biergeschiedenis beweert. Zodat je dan vervolgens kunt besluiten of je er ook nog echt naartoe moet.

 

Middeleeuws water was ondrinkbaar

Nee, Middeleeuws water was niet ondrinkbaar.Bij de ingang gaat het al mis. ‘De bezoeker wordt aangeraden om geen water uit de Middeleeuwen te drinken!’ staat er. ‘Kwalen en epidemieën zullen je overspoelen als je dat toch doet!’

Maar het is onzin. Tal van auteurs hebben aangetoond dat Middeleeuwers volop water dronken.[2] Er was schoon water genoeg, waarmee had het vervuild moeten worden in een dunbevolkt, pre-industrieel Europa? En dieren gingen er toch ook niet dood aan, of dronken die soms ook bier? Om nog maar te zwijgen van de vele keuren die in steden werden afgevaardigd om eventuele vervuiling tegen te gaan. Met reden: om bier te brouwen was toch ook schoon water nodig. Natuurlijk, Middeleeuwers dronken veel meer bier dan wij. Maar dat is omdat wij mensen nou eenmaal graag iets met een smaakje drinken. Koffie, thee, limonade, frisdrank en Red Bull bestonden allemaal niet, vruchtensap en melk waren niet houdbaar. Dus voor de smaak dronk men bier, niet omdat er iets mis was met het water.

 

Hertog Jan was Gambrinus

Nee, Hertog Jan was geen bierkoning.Een geinig toeval: het beursgebouw uit 1873 staat op de plaats van het minderbroedersklooster waar hertog Jan I van Brabant (ca. 1253-1294) begraven lag. In de kelder van het gebouw wordt hier aandacht aan geschonken met onder andere archeologische vondsten, inclusief een mogelijk fragment van het grafmonument van de hertog. Maar wat lezen we bovengronds? ‘Hertog Jan I van Brabant, Jan Primus, Koning van het bier. De man die na de slag bij Woeringen zijn soldaten met een bierfestijn bedankte voor de overwinning. De legerleider de zijn troepen vanop een bierton toesprak, over de hele wereld bekend als Gambrinus.’

Nee, nee, en nog eens nee. Nee, hertog Jan stond niet bekend als Jan Primus, in ieder geval niet tot een Duitse amateurhistoricus in 1858 deze naam uit zijn duim zoog. En nee, van hertog Jan is niet bekend of hij überhaupt bier dronk, trakteerde zijn soldaten er niet op en sprak niet vanaf een bierton. De naam van de mythische bierkoning Gambrinus (die 99% van de bezoekers overigens niets zal zeggen) stamt af van een fictieve, in 1498 door een Italiaanse monnik bedachte Germaanse koning.

Dit is allemaal al meermalen uitentreure ontzenuwd, en toch duikt die volstrekt fictieve ‘Jan Primus’-connectie steeds weer op.[3] De dommeriken van de Belgian Beer World hebben er een vijf meter hoge nep-gouden beeld met televisieschermpje aan gewijd. Heel vermoeiend, dit.

 

Benedictus geeft toestemming

Nee, Benedictus gaf in 895 geen toestemming tot wat dan ook, hij was al drie eeuwen dood.‘Monniken begonnen hier bier te brouwen omdat het klimaat geen wijndruiven toeliet. De Benedictijnen kregen daarvoor in 895 zelfs officieel toestemming van hun overste, Benedictus.’ Opmerkelijk, want de heilige Benedictus van Nursia stierf in 547 en was in het jaar 895 al meer dan drie eeuwen dood. Hoe komen ze überhaupt aan dat jaartal 895? Ik ben dit nog nooit ergens tegengekomen. Het dichtstbijzijnde wat ik kon vinden is dat in 895 het Concilie van Trebur (Duitsland) de in 868 in Worms geformuleerde regel herhaalde dat bepaalde boetelingen drie dagen per week moesten afzien van wijn, mede en honingbier.[4] Met andere woorden, ook dit is totaal uit de lucht gegrepen.

 

Brouwvrouwen waren de eerste heksen

‘Bier brouwen was lange tijd een keukenwerkje voor vrouwen. De brouwvrouwen staken een bezem door het raam om te tonen dat er vers bier te koop was.’ Tot hier toe niks geks. Maar dan: ‘Ze hielden katten om de muizen uit het graan weg te houden, droegen een hoed om herkend te worden en hadden een grote ketel waar ze kruiden in mengden.’ De suggestie is duidelijk: ‘Tijdens de heksenvervolgingen enkele eeuwen later werden heksen vaak afgebeeld met die herkenbare tekens van brouwvrouwen’. Maar de clou zit hem al in dat ‘enkele eeuwen later’: tegen de tijd dat men in Europa heksen ging vervolgen, was het al grotendeels een mannenberoep.

Voor Engeland heeft historica Judith M. Bennett een dik boek geschreven over ‘alewives’ en daar komt het begrip ‘heks’ nauwelijks in voor, enkel in een paar beschimpende beschrijvingen van brouwende vrouwen van ná 1500, dus toen de heksenvervolging allang was losgebarsten.[5] Voor Nederland schreef Marjolein van Dekken over brouwvrouwen, en in haar boek komt het woord ‘heks’ niet eens voor.[6]

Conclusie: de connectie brouwvrouw – heks is patente onzin, maar Belgian Beer World maakt er een instagrammomentje van, met heksenhoed, bezem en lantaarn.

 

Gruit

Nee, Karel IV verplichtte in 1364 niemand tot het gebruik van hop.Heeft u even? De overgang van het brouwen met het kruidenmengsel gruit op het gebruik van hop, die in de veertiende en begin vijftiende eeuw plaatsvond, is in Belgian Beer World haast onvermijdelijk bron van een berg misverstanden, halve waarheden en regelrechte kletskoek.

We lezen dat in steden de stadsbesturen de bierproductie onder controle hielden ‘door belastingen en accijnzen te heffen. Veel steden hieven accijnzen op gruit.’ Nee sufferds, de gruit WAS de belasting: de overheid had er een monopolie op, en verkocht het tegen kunstmatig hoge prijzen. Accijns hef je op iets wat derden aan elkaar verkopen, bijvoorbeeld bier dat een brouwer aan een klant verkoopt.

En dan volgt een klassieker: ‘In 1364 verplichtte Karel IV, de keizer van het Heilig Roomse Rijk het gebruik van hop (…) Dat had alleen gevolgen voor het gebied ten oosten van de Schelde. In Vlaanderen bleef men (vanwege de belastingen) nog enkele eeuwen voornamelijk verder brouwen met gruit.’

Nee, nee, en nog eens nee. Deze volstrekt nergens op gebaseerde lariekoek heb ik al een keer eerder behandeld toen ik het aantrof in Het Belgisch Bierboek (2016), en er de heren Verdonck en De Raedemaeker de mantel over uitgeveegd, maar het verhaal deed al eerder de ronde.[7] Ongelofelijk dat het hier nu weer opduikt, grotere nonsens ben ik niet vaak tegengekomen..

Kort samengevat: in 1364 verplichtte Karel IV helemaal niemand ergens toe, hij beschreef een ontwikkeling die allang aan de gang was. Verder betrof het een tekst over het Sticht Utrecht, in het huidige Nederland, waar men overigens op beperkte schaal nog tot in de vijftiende eeuw doorging met gruit gebruiken, dus wederom: een verplichting was er helemaal niet.

Nog een fantastisch staaltje onkunde: ‘Regionale verscheidenheid: verschillende graansoorten leveren een andere mout of ander bier op. Bovendien had bijna elke stad haar eigen stadsbier, want de stedelijke overheden controleerden de samenstelling van het gruit om er belasting op te heffen.’ Een prachtige kluwen van zin en onzin. Regionale bieren ontstonden pas nadat gruit verdween, simpelweg omdat het door de introductie van hop mogelijk werd bieren te exporteren en daardoor met elkaar te vergelijken. Inderdaad hadden steden vaak bepalingen over de samenstelling van het bier uitgevaardigd, maar die gingen altijd over de hoeveelheid en verhouding gebruikte granen, nooit over hop of gruit.

 

Nederlandse belastingen in 1822

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Voor nu enkel even het bordje dat er hangt als onderdeel van een tijdlijn: ‘Brewers oppose Dutch taxes, 1822’. Je voelt aan wat er bedoeld wordt: in dat jaar waren België en Nederland één land, en die verrekte Hollanders wilden natuurlijk gemene bierbelastingen invoeren. Foei!

Maar raad eens wat: de gezamenlijke Nederlandse bierwet dateerde van 1816, in 1822 werd hij slechts vernieuwd. Verzet ertegen is mij niet bekend. Integendeel: in 1829 werd een wijziging aan de wet voorgesteld, maar de brouwers van Lier stuurden een verzoekschrift naar de Tweede Kamer, waarin men aangaf dat men wenste dat de wet hetzelfde bleef![8]

 

Kortom: nee, nee, en nog eens nee.Je kunt je misschien voorstellen hoe moedeloos ik hier soms van word. Een biermuseum van 90 miljoen, en dan komen ze met deze verzameling aperte onzin. Wie waren trouwens verantwoordelijk voor deze schandalig povere berg ‘fake news’? De tentoonstelling is ontwikkeld door bureau Bruns uit Bergeijk (NL), schermpjesmaker Create.eu uit Evergem (bij Gent) en interieurbouwer Potteau uit Heule (bij Kortrijk).[9] Dat u het maar weet.

Sowieso is het een merkwaardig instituut, die Belgian Beer World: omdat er zoveel verschillende brouwers aan meebetalen, moet alles zo neutraal mogelijk blijven, want het mag niet zo zijn dat Duvel er harder gepusht wordt dan Leffe, of Tongerlo harder dan Brugse Zot. Enkel het dakterras is wel aardig: er is een bar met een uitgebreide selectie aan Belgisch bier, en je ziet de skyline van Brussel, met zijn flatgebouwen afgewisseld met afbrokkelende schoorstenen.

Maar ja, die skyline zie je ook wel vanaf het Atomium of het Justitiepaleis, en mooi bier is op straatniveau ook in overvloed te krijgen. Het gaat dan ook niet goed met Belgian Beer World. Men rekende op 400.000 bezoekers per jaar, het zijn er krap 100.000. Wederom moet de overheid bijleggen om een attractie te redden die voornamelijk het product van steenrijke brouwreuzen in het zonnetje zet.[10] En dan nog met historisch ‘fake news’ ook.

Ik heb het management aangeschreven om op de vele onjuistheden te wijzen, maar het valt niet te verwachten dat ze er veel prioriteit aan geven. De nieuwe directeur Dirk Lubbers, voorheen baas van de Heineken Experience in Amsterdam, is ingevlogen om de boel te redden, en ik snap dat hij daar voorlopig zijn handen vol aan heeft. Het bierpretpark bevindt zich in zwaar weer. Maar weet je wat? Misschien heb je er ook om gevraagd, als je de mensen zoveel onzin verkoopt.

 

[1] https://www.knack.be/nieuws/cultuur/hoe-sven-gatz-met-belastinggeld-zijn-brusselse-biertempel-bouwde/
[2] Leendert Alberts, Hop. De eerste bierrevolutie in Nederland, Amsterdam 2022, p. 23-24, 225. Vgl. https://zythophile.wordpress.com/2014/03/04/was-water-really-regarded-as-dangerous-to-drink-in-the-middle-ages/

[3] Zie o.a. Jan Grauls, ‘De legende van koning Gambrinus’, in: Terug naar de oorsprong, Hasselt 1966; Wolfgang Stammler, Kleine schriften zur Literaturgeschichte des Mittelalters, p. 120-124.

[4] Christian Berger, ‘The three breweries of St Gall Abbey and the beer in Carolingian times’, 2021, te downloaden op: https://beer-studies.com/en/Advanced-studies/carolingian_brewing

[5] Judith M. Bennett, Ale, beer and brewsters in England. Womens Work in a Changing World, 1300-1600, New York 1996.

[6] Marjolein van Dekken, Brouwen branden en bedienen. Werkende vrouwen in de Nederlandse dranknijverheid, 1500-1800, Amsterdam 2010.

[7] https://verlorenbieren.nl/factcheck-het-belgisch-bierboek/

[8] A. Hallema en J.A. Emmens, Het bier en zijn brouwers. De geschiedenis van onze oudste volksdrank, Amsterdam 1986, p. 176.

[9] https://www.bruns.nl/project/belgian-beer-world; https://www.create.eu/cases/belgian-beer-world; https://potteau.be/nl/musea_fiche.php?id=1095.

[10] https://www.bruzz.be/actua/cultuurnieuws/directeur-dirk-lubbers-over-sputterend-beer-world-meteen-winst-niet-realistisch; https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/04/23/uitbater-beursgebouw-vraagt-lening-aan-om-werkingskosten-te-dekk/


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *