Loender bier – een recept anno 1825
En nu gaan we brouwen met scharlei. Loender bier kwam oorspronkelijk uit Loenen, zoals we in de vorige post zagen. Het komt echter ook voor in de negentiende-eeuwse brouwverslagen van brouwerijt ’t Scheepje in Haarlem. In 1817 werd Loender bier daar gemaakt van 4% tarwemout, 17% haver, 8% spelt, 21% wintermout (van gerst) en 50% zomermout. Hiervan werden de kwaliteiten 12-gulden, 8, 6, 4 en kuit getrokken.[1]


Voor (hobby)brouwers zijn er diverse kruiden in de handel die je aan je bier kunt toevoegen. Kardemom, koriander, oranjeschil, kalmoeswortel, lindebloesem… je kunt het zó bij Brouwmarkt kopen. Eén kruid ontbreekt gek genoeg in hun assortiment: scharlei. En dat terwijl het vroeger wel degelijk door bierbrouwers werd gebruikt. Tja, en ik was uiteraard van plan zo’n oud recept na te brouwen, maar hoe moest ik nu aan scharlei komen?
Af en toe maak ik met dit blog een uitstapje over de grens. Met name in het Franse taalgebied, waar nog van alles over historisch bier te vinden is dat aan de aandacht van bierhistorici ontsnapt lijkt te zijn. Zo vond ik iets in het Belgische blaadje La feuille du cultivateur, uitgegeven in Brussel als een ‘journal d’agriculture pratique’, ofwel: blad voor praktische landbouw.
Nadat ik een half jaar geleden voor het eerst sinds 1933 weer een princessebier had gebrouwen, heb ik nu weer een primeur: de eerste princessebierproeverij! Want ook anderen hebben zich aan dit tot voor kort zo onvindbare recept gewaagd sinds ik het in 
Verloren Bieren, de weblog over het bier uit vroeger tijden, is een feit. Ik was natuurlijk al langer bezig: op dossierhop.nl schreef ik al zo’n twee jaar artikelen over de oude biersoorten van Nederland en over de grens. Maar het werd tijd voor een eigen stek.