Was Hertog Jan een biergod? (1)

Cambrinus DelcampeHet moest er natuurlijk van komen dat we bij Verloren Bieren een blik zouden werpen op misschien wel de grootste bierlegende van de Lage Landen: Hertog Jan I van Brabant. Want werd hij niet ‘Jan Primus’ genoemd? Stond hij daarmee niet model voor de legendarische bierkoning Gambrinus? Gaf hij geen privileges aan de Brabantse bierbrouwers, sprak hij zijn soldaten niet toe dat ze moesten ‘drinken zoals hun voorouders’? Het korte antwoord op al deze vragen is: nee. Sorry. Maar hoe zit het dan wel? Waarom beweren bierschrijvers als Michael Jackson en zelfs The Oxford Companion to Beer dit soort dingen? En waar komt die legendarische bierdrinkende koning dan wel vandaan? Dat gaan we vandaag zien. Eerst maar eens de naam van die legendarische bierkoning: Gambrinus.

Voor het antwoord moeten we ver terug de geschiedenis in. Omstreeks het jaar 98 na Christus schreef de Romeinse senator Tacitus een korte geschiedenis van de Germanen, een primitief volk dat ten noorden van de Rijn en de Alpen leefde. Het is niet eens een heel lang werk, niet meer dan 15 pagina’s A4 als je het naar Word kopieert. Over de oorsprong van de Germanen zegt hij dat ze een god Teuto en diens zoon Mannus aanbidden als stamvaders. Dan staat er:

Aan Mannus kennen zij drie zonen toe, naar wier namen de onmiddellijk bij den Oceaan wonenden Ingaevonen, de middelsten Herminonen, de overigen Istaevonen zouden genoemd zijn. Volgens de bewering echter van sommigen […] zouden er meer godenzonen en dus ook meer stamnamen geweest zijn. Zoo onderscheiden dezen de Marsen, Gambriviërs, Sueben en Vandilen.[1]

De benaming van de verschillende Germaanse stammen door de Romeinen is een grote legpuzzel voor de historici van nu: de Germanen hebben immers zelf niets over hun bestaan opgeschreven en de Romeinen sloegen de plank nogal eens mis. De Gambriviërs (‘Gambrivios’), waarvan Tacitus dus denkt dat ze niet bestonden, worden verder enkel door de Griekse wetenschapper Strabo genoemd, in zijn encyclopedische werk Geographia uit ongeveer het jaar nul, en dan slechts één keer.[2]

Vervolgens gebeurt er heel lang niets, tenminste wat de al-dan-niet-bestaande Gambriviërs betreft. Maar de Germanen rukken op. De Romeinen nemen de Christelijke godsdienst aan. Het rijk valt. Volksverhuizingen. Karel de Grote. Kathedralenbouwers. De Middeleeuwen. De pest. Meer dan duizend jaar verstrijkt en het werk van Tacitus raakt in de vergetelheid. In 1425 werd er echter in het klooster van Hersfeld in Duitsland een afschrift van ontdekt. Het werd naar Italië gebracht en verspreid. Het was vanaf dit moment dat men het woord ‘Germanen’ weer ging gebruiken – het was na de Romeinse tijd in onbruik geraakt. We komen hier in de tijd van de Renaissance en het Humanisme: wetenschappers gingen zich weer buigen over de oude teksten van de Romeinen en Grieken, zetten de klassieke oudheid op een voetstuk en spraken neerbuigend over de tijd nadien als ‘De Middeleeuwen’.

Maar euhm, wat heeft dit alles nou met bier te maken? Nog niets. Maar nu komt door de herpublicatie van Tacitus een kettingreactie op gang die ons uiteindelijk de mythische bierkoning Gambrinus zal geven. Het begint bij de Italiaanse monnik Annius van Viterbo, die in 1498 zijn boek Antiquitatum Variarum uitgeeft. Hij citeert daarin diverse tot dan toe onbekende teksten uit de oudheid, die naast heel veel andere dingen een licht werpen op de herkomst van de Germanen. Zo zouden er tien legendarische koningen geweest zijn: Teutus, Mannus, Marsus, Gambrivius, Suevus, Vandalus… Het leverde hem veel populariteit op, met name in Duitsland, waar men maar al te verheugd was ineens over een veel langere geschiedenis te beschikken dan voorheen.[3]

Maar misschien voelde je ‘m al aankomen: Annius van Viterbo was een grote fantast. De citaten van klassieke historici had hij grotendeels uit zijn duim gezogen, evenals de lange reeks Germaanse koningen. Maar hij had wel zijn huiswerk gedaan: een van de bronnen voor zijn verzinsels was de bovengenoemde tekst van Tacitus. In de koningsnamen herkennen we een aantal volkeren die Tacitus noemt. En had Tacitus zélf niet al gezegd dat de stamnamen van ‘godenzonen’ waren afgeleid? De Duitsers wreven zich in de handen: zie je wel, Tacitus had gelijk gehad en de monnik Annius bewees het.

Van een volk (Gambrivios) hebben we het nu dus ineens over een koning (Gambrivius). Dan gaat het rap, mede dankzij de drukpers die snelle verspreiding van boeken mogelijk maakte. Volgens Annius was Gambrivius tijdgenoot geweest van de Syrische koning Belochus, wat hem in de achttiende eeuw voor Christus plaatste. De Duitse historicus Johannes Aventinus, die begin zestiende eeuw zijn Annales Bojorum (Geschiedenis van Beieren) schreef, bedacht vervolgens dat Duisland aan Gambrivius zoon Suevus het bierbrouwen te danken had: hij zou namelijk de Egyptische godin Isis naar Duitsland gehaald hebben om van haar het vak te leren.[4]

Ons klinken dit soort verhalen allemaal als aantoonbare onzin in de oren, maar de humanisten van rond het jaar 1500 moesten de geschiedwetenschap nog uitvinden. Op basis van de schaarse gegevens in al dan niet vervalste oude Romeinse teksten moesten ze maar proberen er een verhaal van te maken. Een volgende duit in het zakje deed de Duitse geleerde Andreas Althamer, die zich afvroeg: die legendarische koning Grambrivius, waar lag zijn koninkrijk nou eigenlijk? Althamer redeneerde verder op basis van de hiervoor geschetste povere gegevens, en stelde de stam van de Gambrivii gelijk aan de stam van de Sicambri, waarover veel meer bekend was. En leefden die Sicambri, na wat omzwervingen, niet ten zuiden van de Rijn? Zoals in het land van Mons en in Gelre? En was de stad Cambrai (nu in Noord-Frankrijk) niet naar hem genoemd?[5]

Slagen in de lucht, mogen we achteraf wel zeggen. Maar we komen al dichter bij Brabant. Nu waren het de dichters en andere creatievelingen die het stokje overnamen. Om te beginnen de Henegouwse dichter Jean Lemaire de Belges, volgens wie niet Isis, maar Osiris het bierbrouwen naar Duitsland bracht (wat niet helemaal uit het niets kwam, want de klassieke auteur Siculus had Osiris al genoemd als degene die een ‘uit gerst gemaakte drank’ had ingevoerd op plaatsen waar geen wijn verbouwd kon worden).[6] Belangrijker echter was dat Lemaire de v van Gambrivius in een n veranderde. Vermoedelijk een drukfout, maar eentje die nog lang zou voortleven.[7]

De legende wordt dan uiteindelijk beklonken door de Duitse dichter Burkard Waldis, wanneer deze in 1543 zijn Ursprung und Herkommen der zwölf ersten alten Könige und Fürsten Deutscher Nation opstelt. Twaalf gedichten over twaalf mytische Duitse koningen. Het tot dan toe nog wat inconsistente bierbrouwverhaal rond Isis en dat van Osiris concentreert hij op Gambrivius, die voor het eerst wordt aangeduid als ‘Künig in Brabant/ Flandern’: deze koning zou het bierbrouwen van de twee godheden hebben geleerd. Over hem lezen we:

Er hat aus Gersten Maltz gemacht
Und das bierbrewen erst bedacht
Wie er solches von Oriside
gelernt hat und von Iside.

British Museum Gambrivius 1543Het prentje erbij, gedrukt door Hans Guldenmundt, toont een geharnaste koning met hop op zijn hoofd, een helm in de hand en achter hem een bundel gerst.[8] Al bijna bierkoning Gambrinus zoals we hem kennen, alleen de kroon en natuurlijk de pul bier ontbreken. En natuurlijk nog met een v in zijn naam, die nog definitief naar een n moet verbasteren. Het is die laatste spelling die echter door de Gentse rederijker Marcus van Vaernewijck in 1568 al toegepast wordt.[9]

Maar wat is dan het verband tussen Gambrivius/Gambrinus en die Hertog Jan van Brabant? Hoe werd een door humanisten verzonden koning een vaste versiering in talloze kroegen en brouwerijen? Daar gaan we morgen naar kijken.

 

Illustratie: delcampe.net

[1] Dr. B. H. Steringa Kuyper (vertaling), Tacitus’ Germania, Amsterdam 1902.

[2] Strabo, Geographia, Boek VII hoofdstuk 1.

[3] Ronald Donenfeld, Aureus Libellus. Tactus’ Germania en het Duitse humanisme 1457-1544, Utrecht 1997, p 38-40.

[4] Werner Waterschoot), De ‘Poeticsche werken’ van Jan van der Noot, Gent 1975, p. 90.

[5] Andreas Althamer, Germaniae veteris et novae descriptio accuratissima, Frankfurt 1617, p. 96-97. Heruitgave van het werk uit 1536.

[6] Diodorus Siculus, Bibliotheca Historica, Boek I.

[7] Waterschoot, ‘Poeticsche werken’, p. 90.

[8] ‘Gambrivius, Künig in Brabant/ Flandern’, prent uitgeven door Hans Guldenmundt, ontworpen door Peter Flötner en Nikolaus Stör, uitgegeven in Neurenberg, 1543. Collectie Brits Museum, Londen, inv. no. E.8.284.

[9] Waterschoot, ‘Poeticsche werken’, p. 90.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *