Was Hertog Jan een biergod? (2)

Cambrinus CatawikiDe vorige keer zagen we dat de mythische bierkoning Gambrinus, aanvankelijk Gambrivius genaamd, begin zestiende eeuw in de tijd van nog geen vijftig jaar bedacht werd door een fantaserende Italiaanse monnik, een paar overijverige Duitse geleerden en wat creatieve dichters.[1] Eén element ontbrak echter tot nu toe aan de legende: hertog Jan I van Brabant, die je overal met deze Gambrinus vereenzelvigd ziet worden. Was hij dan niet Gambrinus? Vandaag dus de ontknoping: hoe Hertog Jan in het verhaal verzeild raakte.

Toen Gambrinus eenmaal bedacht was groeide hij in het Duitse taalgebied uit tot een soort Sinterklaas van het bierdrinken: niemand geloofde dat hij echt bestaan had, maar allen deden aan het spel mee. Het was nou eenmaal een onweerstaanbaar idee dat er ooit een mythische vorst was geweest die het bierdrinken uitvond, gezeten op zijn vat met kroon en hermelijnen mantel, zwaaiend met een gul schuimende bierpul. En net zoals bij Sinterklaas stond het dus iedereen vrij om er nieuwe details bij te verzinnen. Eind zeventiende eeuw zag een schrijver hem als de mythische stichter van Hamburg, of hij zou juist uit Eimbeck komen, de bakermat van het bokbier.[2] Maar wat niemand beweerde: dat hij dezelfde persoon zou zijn als hertog Jan I van Brabant, die geleefd had van ca. 1253 tot 1294.

Het ligt misschien voor de hand, maar die connectie begon bij een Belg. Victor Coremans was al een paar decennia actief als schrijver en filosoof in het Duitse taalgebied toen hij in 1842 een artikel publiceerde ‘concernant la tradition de Gambrivius, roi mythique de Flandre et de Brabant’.[3] Coremans noemt Gambrinus-tradities in de steden Jena, waar de studenten elk jaar een bierkoning kozen, en Stendal, waar een oud Gambrinusportret in de stadsbrouwerij hing.[4] Hij beschrijft verder het uiterlijk van Gambrinus: ‘een Vlaamse ridder uit de Middeleeuwen, versierd met koninklijke of hertogelijke tekens, in zijn hand een drinkbeker met schuimend bier.’ En hij zegt erbij: ‘Zijn uiterlijk lijkt veel op portretten van hertog Jan I van Brabant, alleen zijn wangen zijn wat steviger dan die men meestal aan de hertog geeft, en het figuur dat zijn graf siert, in Brussel, lijkt hiervoor model te hebben gestaan.’[5]

Niet op de hoogte van de eigenlijke achtergrond van de figuur, zoekt Coremans naar een verklaring. Hij citeert een zekere De Münster, kanunnik in de stad Kissingen, die hem bezweert dat de Duitse brouwersgilden zouden zijn geënt op die in het huidige België, en dat dáár de Gambrinus-traditie vandaag zou komen. Bovendien ziet De Münster een ‘opvallende gelijkenis met de trekken van een hertog van Brabant, die veel brouwers begunstigde, en die van de fabelachtige Gambrinus.’ Let op: ‘een’ hertog. Welke hertog dat was, en hoe hij überhaupt aan deze wijsheid komt, vermeldt deze verder onbekende kanunnik niet, en Coremans komt er ook niet uit: ‘Wij konden geen door Jan I aan de brouwers verleende privileges vinden; maar wel van Jan II’. Wel vermeldt hij erbij: ‘Er waren vroeger, en er zijn nog steeds in België, zeer veel uithangborden van brouwerijen en kroegen waarop te lezen valt: in de hertog Jan van Brabant (‘Au duc Jean de Brabant’).’[6]

Grafmonument Hertog Jan I Brussel - Bruxelles a travers les ages Tome 1 p 428En meer is het niet. Feitelijk doet Coremans maar wat slagen in de lucht, op zoek naar een herkomst van die merkwaardige Duitse biergod die koning van Vlaanderen en Brabant geweest zou zijn. De ware afkomst (die we de vorige keer zagen) kende hij immers niet. Het magere ‘bewijs’ voor zijn theorie is de grafsteen van hertog Jan I, die in Brussel te zien zou zijn. Maar daar is meteen al wat geks mee: hertog Jan lag in de Franciscanenkerk in Brussel, die in 1796 met grafmonumenten en al is gesloopt. Hoe kon Coremans dat graf dan gezien hebben? Er is overigens wel een afbeelding van dat grafmonument bewaard gebleven. We zien een vrome ridder, de handen gevouwen, de ogen gesloten, staand op een leeuw, lans en metalen handschoenen aan zijn voeten. Het lijkt misschien op van alles, maar niet op een gulle bierkoning.[7]

Wat deed dit artikel van Coremans vervolgens? Helemaal niets. Meer dan een decennium bleef zijn verhaal onopgemerkt, tot ene dr. Karl Gautsch het in 1858 besprak in de Anzeiger für Kunde der Deutschen Vorzeit, het blad van het Germanisches Museum in Neurenberg. Hij doet Coremans artikel niet geheel onterecht af als ‘unsichere Vermuthungen’, en spreekt de hoop uit dat iemand wat meer licht kan werpen op de herkomst van de Gambrinus-figuur.[8]

En daar had het bij kunnen blijven, als niet drie maanden later hier een zekere dr. Martin Runkel uit Düsseldorf hierop gereageerd had, die en passant het laatste ontbrekende stukje Hertog Jan-mythe aan de Gambrinusfiguur toevoegde. Volgens hem was het na de voorzet van Coremans niet moeilijk meer: ‘Gambrinus ist eine flandrisch-deutsche Verdrehung aus Jan Primus, Johann der erste von Brabant!’[9]

Het is de moeite waard om daar even stil bij te staan. In 1858, in de tijd van stoommachines en gasverlichting, lang na de Middeleeuwen en de Renaissance, doet een verder totaal onbekende nobody de wilde gok dat Gambrinus uit Jan Primus zou zijn ontstaan. Niet alleen hebben we al gezien dat Gambrinus aanvankelijk Gambrivius heette (vergelijk de prent van Hans Guldenmundt uit 1543), het is tamelijk raar dat ‘de volksmond’ een combinatie van een Nederlandse versie van de voornaam (Jan) zou combineren met het Latijse volgnummer (Primus) en dan zou gaan verbasteren. De Middeleeuwse man in de straat sprak van ‘Jan de Eerste’ (of op z’n Brabants: ‘d’n Urste’…), de schriftgeleerden schreven ‘Ioannis Primus’, zoals ook op ’s mans grafsteen was te lezen.

Niettemin sloeg de ‘Gambrinus is Hertog Jan’-theorie aan. Inmiddels was de figuur van Gambrinus ook in Nederland voor het eerst waargenomen, op de vleugels van het Beierse bier dat in de mode raakte. In juni 1856 organiseerde de Leidse studenten een heus Cambrinusfeest, voor deze ‘ontdekker van ’t bier’. Voor de studenten was Cambrinus overigens nog een ‘Beijersch Vorst’ en ‘Koning van Braband’, maar zeker geen Hertog Jan.[10] In 1857 opende er in Amsterdam een Beiers bierhuis ‘Zum Gambrinus’, en de jaren daarna zien we die ook in Rotterdam en Utrecht opduiken. Leiden kreeg een sociëteit met die naam.[11] Gambrinus werd ook in Nederland een bekend personage, niet in het minst door de reclame.De in 1868 begonnen Koninklijke Beijers Bierbrouwerij in Amsterdam gebruikte al direct de beeltenis van Gambrinus in zijn advertentiemateriaal en etiketten, en zij zouden niet de laatsten zijn.[12]

Maar nu terug naar hertog Jan I van Brabant. Na het wat weifelende artikel van Coremans in 1842 en de losse ‘Jan Primus’-suggestie van dr. Runkel moet iemand deze puzzelstukjes bij elkaar gepakt hebben en de ‘Hertog Jan is Gambrinus’-theorie zijn gaan promoten. Wie dat was is me nog niet duidelijk, maar in 1877 kon de krant melden dat ‘nieuw onderzoek’ had uitgewezen dat Gambrinus toch echt eerst ‘Jan Primus’ had geheten en dat dit hertog Jan I was.[13]

Het gekke is, deze dertiende-eeuwse hertog Jan was nog niet eens zo’n slechte kandidaat voor bierkoning. Hij was een levensgenieter en naast zijn vele succesvolle veldslagen schreef hij minnedichten en vermaakte zich met de vrouwen, de jacht en met toernooien. Hoewel hij voor zover bekend niet direct iets met bier gedaan heeft, kan zo’n levensstijl haast niet zonder alcohol. Maar dat kan net zo goed wijn geweest zijn, voor zo’n hertog alleszins betaalbaar. Ik heb geen bewijs gezien dat hij ook maar een druppel bier dronk.

Het viel allemaal zo mooi op zijn plaats, niet alleen voor de Brabantse bierbrouwers in zowel België als Nederland, maar ook voor de Limburgers. Jan I was namelijk zelfs hertog van Limburg geweest, dat hij in 1289 had veroverd. Dit was echter een heel ander gebied dan wat we nu als Limburg kennen: het lag rondom het stadje Limburg aan de Vesder, dat nu in de Belgische provincie Luik ligt.

De naam Cambrinus raakte in de verdere negentiende eeuw helemaal verstrengeld met die van de Brabandse hertog en voor de meesten is de kluwen niet meer te ontwarren. De raarste onzin en verdraaiingen worden er inmiddels over de arme hertog Jan beweerd die geen enkele kritische toets doorstaan. Nee, hij werd nooit ‘erepresident van het Brusselse brouwersgilde’[14], omdat dat pas in 1365 werd opgericht. Ook zei hij voorafgaand de slag van Woeringen (1288) niet tegen zijn soldaten: ‘Na het coenen aert van uwen vordren seldi drinken’ (‘u zult drinken zoals uw dappere voorouders’), zoals op de site van het Hertog Jan-proeflokaal staat te lezen en zoals het door de Band zonder Banaan (of all people) is bezongen.[15] Want de originele tekst in de Rijmkroniek van ooggetuige Jan van Heelu is als volgt:[16]

Ende seide: ‘ Na den coenen aert
Van uwen vordren seldi dinken,
Die men nie en sach winken,
Noch van haren heere vlien!

Wat betekent:

En hij zei: Aan de koene aard
Van uw voorouders zult u denken
Die men nooit zag wijken
Noch van hun leger vluchten!

Het blijft natuurlijk een sterk symbool, die jolige bierkoning-annex-hertog. Etten, Boxmeer en Schinveld hebben een Cambrinus-brouwerij gekend, en ook Oranjeboom en Amstel bedienden zich van deze merknaam. België kent natuurlijk het pils Primus van Haacht en verder dragen talloze kroegen in binnen- en buitenland zijn naam, niet in het minst Jan Primus, het eerste speciaalbiercafé van Nederland (toch?). En er is uiteraard de brouwerij Hertog Jan-brouwerij in Arcen die sinds 1981 onder die naam actief is.

Maar als we dan accepteren dat Gambrinus/Gambrivius nooit bestaan heeft en het verzinsel is van een paar renaissancegeleerden, en dat Hertog Jan I van Brabant wel een feestnummer was maar dat er niets bekend is over zijn drinkgedrag (behalve wat ongefundeerde en vrij moderne legenden), en dat niemand hem ooit ‘Jan Primus’ noemde totdat die dokter uit Düsseldorf die benaming in 1858 uit zijn duim zoog, dan wil ik dus ook die verzinsels niet meer tegenkomen in geschiedenisboeken. En niet in brouwerijgeschiedenissen, historiepagina’s op websites en al die andere plekken waar we serieuze geschiedschrijving mogen verwachten. Hertog Jan was een levensgenieter, maar geen biergod en niemand noemde hem ooit Jan Primus.[17]

 

Illustratie: catawiki.nl

[1] En dan is er nog een Gambrinus-portret dat in lage resolutie op internet circuleert, met een koning met een kroon met gerstenaren, een glas en een houten kan, dat een rijmpje bevat en het jaartal 1526 draagt. Het zou zich in het ‘Deutsches Brauereimuseum’ in München bevinden – al is daar momenteel geen museum dat die naam draagt. Het wordt in de Gambrinusliteratuur die ik vond niet genoemd.

[2] Handwörterbuch des Deutsche Aberglaubens, Band III, Berlin/Leipzig 1930/1931, p. 282; Amalgama, nieuwe oeconomische bibliotheek, tweede jaargang eerste deel, p. 446, 458, 459.

[3] Victor Coremans, ‘Notes concernant la tradition de Gambrivius, roi mythique de Flandre et de Brabant’, in: Compte-rendu des séances de la commission royale d’histoire ou receuil de ses bulletins, Tome V, Brussel 1842, hierin p. 378-388.

[4] Coremans, ‘Notes’, p. 380.

[5] Coremans, ‘Notes’, p. 379.

[6] Coremans, ‘Notes’, p. 382-383.

[7] Louis Hymans, Bruxelles à travers les ages, Brussel 1882, p. 428.

[8] Anzeiger für Kunde der Deutschen Vorzeit, Neurenberg 1858, p. 81-82.

[9] Anzeiger, p. 179.

[10] Algemeen Handelsblad 5-6-1856; Provinciale Drentsche en Asser courant 3-9-1856.

[11] Algemeen Handelsblad 19-11-1857; NRC 4-8-1858; Utrechtsche provinciale en stads-courant 14-04-1859; Leydse courant 18-2-1861.

[12] Catalogus van eenen uitmuntenden en uitgebreiden atlas van topographische en historische prenten, teekeningen en portretten betreffende de stad Amsterdam, Amsterdam 1869, p. 10.

[13] Het nieuws van den dag 22-7-1877.

[14] Twan Dohmen, Van mol tot raaf. Bier in het Rijk van Nijmegen, Nijmegen 2015, p. 13.

[15] http://www.hertogjanproeverij.nl/cafe/wie-hertog-jan; https://www.youtube.com/watch?v=McVcBTZ6We4

[16] Jan van Heelu (red. J.F. Willems), Rymkronyk van Jan van Heelu betreffende den slag van Woeringen van het jaer 1288, Brussel 1836, p. 177. http://www.dbnl.org/tekst/heel001jfwi01_01/heel001jfwi01_01_0012.php

[17] Zie voor de geschiedenis van het personage van Gambrinus ook: Jan Grauls, ‘De legende van koning Gambrinus’, in: Terug naar de oorsprong, Hasselt 1966; Wolfgang Stammler, Kleine schriften zur Literaturgeschichte des Mittelalters, p. 120-124.


2 reacties op “Was Hertog Jan een biergod? (2)”

  1. Cees schreef:

    Prachtig. Mythbusting! 🙂

  2. Jeroen schreef:

    Goed speurwerk, leuk verhaal Roel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *