Verloren Bieren – 43 – Nederlandse Hop (2)
De vorige keer zagen we dat er nog tot eind negentiende eeuw er in Nederland hop verbouwd werd, met name ten noordwesten van Den Bosch in de streek rond Vlijmen en Heusden, en net over de provinciegrens in Gelderland. Ook het noordelijkste puntje van Drenthe heeft lang veel hopteelt gekend. Maar werd die hop nou ook nog een beetje door de Nederlandse brouwers gebruikt? Zijn dit magische Nederlandse oerhoppen die ons bier een unieke smaak gaven die nu voorgoed verdwenen is? Euhm, dat valt tegen. (meer…)

De laatste jaren zien we in Nederland en daarbuiten steeds meer plaatselijke brouwerijtjes opkomen. Kleinschalige initiatieven, met een leuke verscheidenheid aan biertjes. En niet zelden worden ze aangeprezen als een ‘streekproduct’ of ‘typisch voor die en die plaats’. Maar klopt dat wel? Als het al ter plekke gebrouwen wordt, dan komen de grondstoffen bijna nooit uit de directe omgeving, uitzonderingen als Gulpener en Texels daargelaten. Neem nou hop. Als je Nederlandse hop wilt, zul je het zelf moeten verbouwen, want behalve Gulpener teelt niemand het op commerciële schaal. Maar dat is niet altijd zo geweest.
Vorige week zagen we een recept voor 
Black IPA? Bier op portvaten? Champagnebier? De brouwers van tegenwoordig blijven maar nieuwe kruisingen van bierstijlen en andere dranken verzinnen, zo lijkt het. Maar het fenomeen dateert van alle tijden. Neem nou de opening van de ‘Taverne Alsacienne’ op de Hoogstraat in Rotterdam op 24 december 1868, waarvoor men adverteerde met het heuse ‘Bock-Ale uit de Brouwerijen van de Heeren Gruber & Reeb, te Straatsburg.’
We vervolgen onze verkenningstocht door
De
En het is weer