Lambiek: hoe het echt zit
Het is een uitgesleten Johan Cruyff-cliché, maar: soms ga je het pas zien als je het door hebt. Dat overkwam mij tenminste afgelopen zaterdag, op het Carnivale Brettanomyces in Amsterdam. Op dit wildegistfestival mocht ik zelf spreken, en verder sprak ik weer deze en gene uit het altijd leuke bierwereldje. Samen met Henri Reuchlin aan de bar van het Arendsnest zelf Mestreechs Aajt blenden uit het superzure aajt-foederbier en een paar andere Gulpener-bieren, dat soort leuke dingen. Maar een hoogtepunt voor mij was toch wel de (onterecht niet druk bezochte) lezing van Raf Meert, de mythbuster van de lambiek.


De
Het moest er natuurlijk van komen dat we bij Verloren Bieren een blik zouden werpen op misschien wel de grootste bierlegende van de Lage Landen: Hertog Jan I van Brabant. Want werd hij niet ‘Jan Primus’ genoemd? Stond hij daarmee niet model voor de legendarische bierkoning Gambrinus? Gaf hij geen privileges aan de Brabantse bierbrouwers, sprak hij zijn soldaten niet toe dat ze moesten ‘drinken zoals hun voorouders’? Het korte antwoord op al deze vragen is: nee. Sorry. Maar hoe zit het dan wel? Waarom beweren bierschrijvers als Michael Jackson en zelfs The Oxford Companion to Beer dit soort dingen? En waar komt die legendarische bierdrinkende koning dan wel vandaan? Dat gaan we vandaag zien. Eerst maar eens de naam van die legendarische bierkoning: Gambrinus.
Af en toe maak ik met dit blog een uitstapje over de grens. Met name in het Franse taalgebied, waar nog van alles over historisch bier te vinden is dat aan de aandacht van bierhistorici ontsnapt lijkt te zijn. Zo vond ik iets in het Belgische blaadje La feuille du cultivateur, uitgegeven in Brussel als een ‘journal d’agriculture pratique’, ofwel: blad voor praktische landbouw.
Ongeveer vijftien jaar geleden kwam al het lekker bier uit België, tenminste als je in Nederland woonde. Eigenlijk alles uit dat land was wel goed, of het nou een Verboden Vrucht was of een Cuvée des Trolls: voor ons bierdrinkers was het algauw omgeven met dat mythische Belgische aura dat ook hangt aan steenwegen met kasseien, legendarisch goede frieten, Waals kolengruis en Luik-Bastenaken-Luik. En het mooiste was dan natuurlijk als het uit een Echte Abdij kwam: kijk maar, er staat Corsendonk Pater op, of Saint-Feuillien, of Abdij van Leffe. 