Verloren bieren – 27 – Sagobier
En dan nu een biersoort waarvan maar één man het recept kende. Gerrit Hendrik de Veer (1794-1860) was een beurtschipper van Amsterdam op Duisburg, tot hij in 1844 een drijvend badhuis opende op het Rokin, midden in Amsterdam. Hier was dagelijks gelegenheid tot ‘het gebruiken van Warme of Koude Baden van IJwater’ en men kon er van ‘eene zindelijke en solide bediening verzekerd zijn’. Het sjiek ontworpen badhuis, waarvan een mooie bouwtekening bewaard is gebleven, was aanvankelijk een boot en werd enkele jaren later op palen in het water gezet. Maar De Veer, vader van zeven kinderen, zinde op nog een andere activiteit. Bier brouwen natuurlijk. (meer…)

Terwijl de Verloren Bieren intussen rustig bleven verschijnen op Dossier Hop, was ik een paar weken lang bezig 5000 kilometer door Zuid-Afrika te crossen met een Nederlandse geheelonthouder en twee knappe Baskische vrouwen die enkel kalimotxo (rode wijn met cola) drinken. De prioriteiten lagen dus niet bij bier, maar bij olifanten, watervallen, het ontwijken van overstekende townshipbewoners en het overleven van helse tochten over onverharde bergweggetjes.
Endlich Bier trinken zoviel Sie wollen’ Met die slogan bracht de Zwitserse brouwerij Hurlimann uit Zürich begin jaren zeventig zijn alcoholvrij bier ‘Birell’ op de markt. In 1974 kwam het naar Nederland, waar er reclame werd gemaakt met tv-spotjes met daarin brouwer Hurlimann zelf, die klungelig nagesynchroniseerd verkondigde: ‘Een goed bier, dat veel vrienden zal maken. Birell, dat smaakt, dat garandeer ik u.’ Het biertje sloeg nauwelijks aan, misschien omdat het niet lekker was, maar de prijs hielp ook niet: het was duur, omdat het brouwen twee keer zo lang duurde. Enkel in kerkelijke kringen was men enthousiast (Diakonie, ‘het maandblad voor hervormde diakenen’, zette zijn lezers aan propaganda ervoor te maken), en Birell verdween eind jaren tachtig van de Nederlandse markt. Tegenwoordig wordt het in Tsjechië nog wel gemaakt. 

De zoektocht naar Verloren Bieren gaat door. In oude kranten, bedrijfsarchieven, octrooien en bibliotheken blijkt nog heel wat te vinden te zijn over het verdwenen gerstenat van vroeger. Maar soms krab je je achter de oren: wat heb ik nou eigenlijk gevonden?
Parmaham komt uit Parma, Gorgonzola uit Gorgonzola en Brunello di Montalcino uit Montalcino. De Europese Unie heeft allerlei streekproducten wettelijk beschermd zodat je buiten Edam geen Edammer kaas mag maken en geen champagne buiten de champagne. En in België heb je natuurlijk de lambiek, faro en geuze die met hun spontane gisting alleen in de Zennevallei en het Pajottenland bij Brussel gemaakt kunnen en mogen worden. Of toch niet?