De verloren hopsoorten van België

Belgische hop: terug van weggeweest? Bron: WestflandricaBelgië is een hopland. Toch? Helaas is de Belgische hopteelt maar een schim van zijn oude zelf. Niet alleen loopt het areaal en de productie al jarenlang terug, ook heeft België al heel lang geleden zijn eigen oorspronkelijke hopsoorten laten varen. Soorten die ooit vaste prik waren in lambiek en al die andere traditionele Belgische bieren.

In België klinkt de heimwee naar de eigen hop soms nog na. Namen van soorten als Groene Bel, Witte Rank en Coigneau doen vooral het hart van de historisch geïnformeerde biergek sneller kloppen, maar er is wel degelijk nostalgie naar de onafzienbare hopakkers die ooit delen van het Vlaamse platteland tot een geurig groen oerwoud maakten. En naar de hopoogst, het wekenlange feestelijke handwerk van het plukken van de lichtgroene belletjes, waar het hele dorp samen zingend aan meedeed.

Die tijden zijn voorbij. Vandaag de dag zijn er in heel België nog maar 25 hopboeren over, die in totaal 160 hectare in gebruik hebben. Dat is minder dan 0,5% van de totale hopteelt wereldwijd. De meeste hop wordt geproduceerd in Duitsland, de Verenigde Staten, China en Tsjechië. In feite is er in België pas recent een heel klein beetje verbetering: voor het eerst sinds jaren is er een kleine groei in het voor hop gebruikte oppervlak. De groeiende belangstelling voor aromahop en een campagne om het gebruik van Belgische hop te stimuleren, gelanceerd in 2011, zijn hier factoren in. De meeste Belgische hopboeren zien hun toekomst echter nog altijd somber in. Hoge kosten, lage prijzen en snoeiharde buitenlandse concurrentie houden de opbrengst klein.[1]

Hopoogst in België: er resteert nog een schamele 160 hectare. Bron: WestflandricaIn de 19e eeuw was dit allemaal nog anders. Volgens de landbouwtelling van 1846 stond er toen nog 2968 hectare hop, meer dan tien keer zoveel als nu. Interessant is ook dat, waar nu het zwaartepunt van de hopteelt (23 van de totaal 25 Belgische hopboeren) in Poperinge ligt, in 1846 de regio rond Aalst (Oost-Vlaanderen) en Asse (Brabant) belangrijker was. Bovendien kwam nog 20% van de Belgische hop uit Henegouwen. Daar was de teelt wat meer verspreid. Naar verluidt stonden o.a. de dorpjes Havré en Ville-Pommeroeul bekend om hun hop, maar ook het plaatsje Buvrinnes dat zijn naam gaf aan een in Poperinge bekende variëteit.[2]

België exporteerde nogal wat hop. In 1865 ging meer dan 2 miljoen kilo Belgische hop naar het buitenland, onder meer naar Engeland, Frankrijk en Nederland. Er werd ook nog bijna 800.000 kilo geïmporteerd, voornamelijk uit Duitsland. Maar gaandeweg de 19e eeuw gingen de zaken achteruit. Het totale areaal, in 1880 nog maarliefst 4185 hectare, zakte terug naar 2201 hectare in 1900. Tegen die tijd had de import de export ingehaald, en in 1902 werd de export, misschien wat overdreven, betiteld als ‘praktisch nihil’.[3]

De neergang, soms wel betiteld als ‘hopcrisis’ had toen ook al als oorzaak de buitenlandse concurrentie. Aan de ene kant mocht buitenlandse hop vrij van invoerrechten België binnenstromen, aan de andere kant stuitten de Belgische boeren bij export wél op tariefmuren. Onder andere pastoor Daens, tegenwoordig vooral bekend van de gelijknamige film uit 1992 met Jan Decleir, probeerde hier iets aan te doen. Maar een probleem leek hem ook te liggen in de gebruikte hopsoorten, van Belgische oorsprong. Soorten die nu verdwenen zijn – maar was dat terecht?

De verloren hoppen van België: Groene bel, Coigneau, Witte rank... Collectie Hopmuseum Poperinge.In het hopmuseum van Poperinge hangt een grote plaat, oorspronkelijk meegegeven als bijlage bij het vakblad De Hopboer, in 1908. Erop worden ‘onze Nationale Hopsoorten’ beschreven.[4] Want wat waren die Belgische hoppen van toen?

De Groene Bel was vanouds de typische hop van de streek van Aalst en Asse, al was hij nu op zijn retour. Hij stond bekend om zijn bitterheid en ‘schijnt het best geschikt te zijn voor bieren waarin men de hop mag en moet smaken’. Naar verluidt werd hij ook gebruikt in het bekende ‘bolleke’ De Koninck uit Antwerpen.[5] Probleem was de relatief lage opbrengst. Dat was dan ook de reden dat hij grotendeels was verdrongen door de Coigneau (ook wel Cagneau genoemd), die in een veel hogere opbrengst uitmuntte. Rond 1900 besloeg de Coigneau, naar verluidt vernoemd naar de hopboer die hem het eerst opkweekte, zo’n 75% van de hopvelden rond Aalst. De smaak was echter veel minder bitter dan de Groene Bel, die dan ook 1,6 keer zoveel lupuline bevatte. Mogelijk hierom was Coigneau dé hopsoort om lambiek van te brouwen.

De Witte Rank was de hopsoort van Poperinge, al werd ter plaatse sinds veertig jaar ook hop gebruikt die oorspronkelijk afkomstig was uit het dorp Buvrinnes in Henegouwen. Ook Aalst kende een Witte Rank. Deze werd door brouwers verkozen voor het maken van zachte bieren, ‘met fijnen en weinig doordringenden smaak’ en zou qua smaak het meest lijken op Duitse hop.

De Groene Bel in 1909, nu een (bijna) verdwenen hop. Bron: WikimediaWaar zijn deze hopsoorten vandaag? Nergens. Of bijna nergens. Een eerste teken van de veranderingen was de verspreiding van Beierse Hallertau-hop in 1907, nota bene door de abt van het klooster van Affligem, die uit Beieren afkomstig was.[6] Saaz kwam in 1934 naar België en Kent in 1939.[7] Gaandeweg vervingen de Belgische hopboeren hun oude hopsoorten door buitenlandse, onder andere de Engelse variëteiten Golding en Target. Tegelijkertijd schrompelde dus het areaal ineen. De streek rond Aalst en Asse moest zijn positie als leidende hopregio afstaan aan Poperinge. De hop in Henegouwen, in 1846 nog goed voor 20% van de productie, zat in 1892 nog maar op bijna 6%, en verdween daarna. Ook van hop uit Luik, medio 19e eeuw nog goed voor 2,8% van het Belgische totaal, werd weinig meer vernomen.[8]

De oude Belgische hoppen waren verdwenen, en we zouden nooit meer proeven welke smaak ze eeuwenlang het Belgisch bier hadden gegeven, zo leek het. Maar dat was buiten een clubje leraren aan het lyceum van Aalst gerekend. Nadat ze, simpelweg voor de schooltuin, een paar oude lokale perenrassen hadden opgespoord, wilden de heren een paar jaar geleden ook een paar verloren gewaande hopsoorten terugvinden. Maar waar? Niet bij het lokale tuincentrum en ook niet bij de laatste (oud-)hopboeren. De wonderen van internet en van de wetenschap brachten uitkomst: het Slovenian Institute for Hop Research and Brewing bleek zowaar nog een plantje Groene Bel te hebben staan, dat ze in 1959 uit België hadden gekregen. In april 2013 werd de eerste Groene Bel weer op Belgische bodem aangeplant.[9]

De brouwer (links) en de drie leraren uit Aalst die de hopsoorten terugvonden. Bron: Bierflash / De StreekkrantDaar bleef het niet bij. Een oude Canadese publicatie wees de weg naar Wye College in het gelijknamige dorpje in Kent. Hoewel dit landbouwinstituut inmiddels was gesloten, bleek de hopcollectie behouden bij een commercieel bedrijf. Want hier bleek zowaar nog de oorspronkelijke lambiekhop Coigneau te staan. Een plantje met Buvrinnes-hop was echter inmiddels afgestorven. Verder traceerde men ook nog een Coigneau in Slovenië, en in het Waalse Gembloux had een onderzoeksinstituut nog de in 1908 ontwikkelde Loerenhop staan. Enkel de Witte Rank blijft vooralsnog spoorloos.

De opbrengst van de hop aan het lyceum in Aalst is alsnog bescheiden, maar… het bleek al mogelijk om er een biertje van te brouwen, samen met hobbybrouwerij Belleketels. Twee testbrouwsels vertoonden een heel eigen bitterheid. Geen smak IBU’s in je gezicht zoals de huidige Amerikaanse hopsoorten, maar eerder een bescheiden geur en smaak. Er zal nog heel wat water door de Dender stromen voordat deze oude Belgische hoppen hun smaak op enigszins commerciële schaal in Belgisch bier kunnen laten proeven, maar het begin is er!

Update: Hopboerderij Hoppecruyt in Proven, bij Poperinge, teelt sinds kort Groene Bel en Coigneau en brengen deze in de handel, zij het in kleine hoeveelheden. (Dank aan Tom Antidoot Jacobs voor deze informatie.)

 

[1] ‘Er komen geen hopboeren meer bij’, Knack.be, 14-8-2013; http://www.vilt.be/Bierland_Belgie_teelt_nog_158_van_47000_hectare_hop;
https://www.belgischehop.be/nl/bierliefhebber/nieuws/evenveel-hopboeren-poperinge-maar-meer-hectaren

[2] Guido Vandermarliere, De kroniek van de Poperingse hoppeteelt 1800-1850, z.p., z.j., p. 174-175; Ph. Vander Maelen, Dictionnaire géographique de la province de Hainaut, Brussel 1823, p. 155.

[3] Guido Vandermarliere, De kroniek van de Poperingse hoppeteelt 1850-1868, z.p., z.j., p. 185; Guido Vandermarliere, De kroniek van de Poperingse hoppeteelt 1900-1913, z.p., z.j., p. 10-11, 37, 48.

[4] Collectie Hopmuseum Poperinge. Een jaar later verscheen min of meer de zelfde tekst gedeeltelijk in: A. Suys, Voor betere hoppen, Ninove 1909. Vgl. Vandermarliere, Kroniek 1900-1913, p. 195-199.

[5] https://issuu.com/mdzadt/docs/tekst_brochure_hopproject_lyceum2

[6] Vandermarliere, Kroniek 1900-1913, p. 166.

[7] http://www.toerismeaffligem.be/pdf/hopbrochureorig.pdf

[8] Vandermarliere, Kroniek1800-1850, p. 174-175; A. Picard (red.), Exposition universelle internationae de 1889 à Paris. Rapports du jury international. Groupe VII. – Produits alimentaires (2e partie) Classe 73 (2e partie), Parijs 1892, p. 542

[9] ‘Groene Bel na 55 jaar terug thuis’, Het laatste nieuws, 6-9-2014; https://issuu.com/mdzadt/docs/tekst_brochure_hopproject_lyceum2.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *