Rotterdammers, eis die historische binnenstad

Rotterdam Delftsevaart 1900 uitsnedeBinnenkort volgt er het een en ander over historisch bier uit Rotterdam. En daarom moest ik nadenken over een ander aspect van de Maasstad, die ondanks wat je zou denken als je er bent, niet in 1940 is begonnen. Want daar moet ik het over hebben: waarom ziet Rotterdam er zo uit als het eruit ziet?

Bij de herdenking van het bombardement afgelopen zaterdag dwaalden mijn gedachten af naar de oude binnenstad van Rotterdam van vóór 1940. Waar je nooit wat over hoort. Kijk bij boekhandel Donner in het schap ‘Rotterdam’ en je ziet vooral veel boeken over de oorlog, het bombardement, de wederopbouw. Hoe leuk de wat recentere nieuwbouw ook is, ik heb grote moeite om te houden van die jaren-vijftigflatjes die aan de Hoogstraat en omgeving staan, nota bene de plek waar Rotterdam precies 600 jaar vóór de bommen is gesticht. Flatjes die je ook kunt vinden in een willekeurige straat in historieloze vlekken als Amstelveen, Spijkenisse of IJmuiden.

Hoe is dat allemaal zo gekomen? Niet omdat in 1940 de Rotterdammers hun oude stad maar al te graag kwijt waren. Nu doet men stoer alsof er toen door de hele bevolking als één man is gezegd: weg met die ouwe troep. Maar in werkelijkheid is na de bommen en de brand de Rotterdammers niets gevraagd. De Duitsers gelastten vrijwel meteen dat wat er nog resteerde aan de kant moest worden geschoven, om hun pantserdivisie door te laten. Vervolgens kwamen de ambtenaren met hun verregaande bevoegdheden: in deze oorlogsomstandigheden kregen burgemeester en wethouders, en al helemaal de gemeenteraad, nauwelijks meer inspraak. Laat staan instanties als Monumentenzorg, Bond Heemschut en andere hoeders van erfgoed. En aan de Rotterdammers zélf werd al helemaal niet gevraagd: hoe vindt ú dat de stad wederopgebouwd moet worden?

In plaats daarvan kregen ambtenaren van Gemeentewerken praktisch vrij spel. En zo werden veel panden waarvan het casco nog overeind stond alsnog gesloopt. Het hele vooroorlogse stratenplan werd omgegooid. En natuurlijk, het was oorlog, er was geldgebrek en de Duitsers waren de baas. Daarna volgden de spaarzame jaren vijftig met hun woningnood waar als een razende tegenop moest worden gebouwd. Sowieso geen klimaat waarin je als burger je stem zou verheffen en zeggen: mogen we ook wat historische gebouwen terug?

De Steiger in Rotterdam, toen (foto Stadsarchief Rotterdam) en nu (foto auteur)En zo keerden vertrouwde, typisch Rotterdamse plekken als het oude Hofplein, de kronkelige Hang en de romantische Steiger niet weerom. Niet de imponerende Galerij, niet de Koopmansbeurs waar de basis was gelegd voor de bloeiende haven. De stad waar Pietje Bell kattekwaad had uitgehaald en waar Dreverhaven en Katadreuffe elkaar bestreden, was weg. Natuurlijk, vòòr 1940 was Rotterdam ook al een dynamische stad die moderniseerde, maar had het oude centrum niet wat meer liefde verdiend?

Architecten en planologen misten de oude binnenstad niet, de gewone Rotterdammers wel degelijk. In de jaren zestig en zeventig heerste een groot onbehagen over hoe de stad erbij stond. Het nieuwe centrum werd ervaren als unheimisch, ongezellig, saai. Boeken met oude foto’s van vooroorlogs Rotterdam werden daarentegen goed verkocht. Op de huidige stad was echter eigenlijk niemand trots. Er waren oude mensen die nooit naar het centrum gingen, omdat ze er altijd de weg kwijtraakten: ze herkenden er niets.

Daarna is er een omslag gekomen en is Rotterdam veel interessanter gaan bouwen. De kubuswoningen, de Willemswerf, de Erasmusbrug, recent de Markthal. Maar wat er nog is aan oude gebouwen krijgt weinig aandacht. Het Centraal Station uit 1957 werd zonder boe of bah gesloopt. Het Schielandshuis, het enige gebouw uit de Gouden Eeuw, daar werden doodleuk drie flats omheen gezet.

En dat moet toch anders kunnen. Het in de oorlog van de kaart geveegde Warschau is keurig heropgebouwd. München kreeg zijn Hofbräuhaus weer terug en we kennen allemaal de herbouw van de Frauenkirche in Dresden. Dat kan in Rotterdam toch ook. Niet zeuren Rotterdammers, ik weet ook wel dat dat verongelijkte trauma van die oude binnenstad er nog steeds zit. Maar het gaat hier om het Rotterdam zoals dat er 600 jaar heeft gestaan voordat de Heinkels overvlogen. Herbouw is nep? Een stad die 600 jaar trotse geschiedenis verstopt achter jaren vijftig-flats, dát is pas nep.

Rotterdam - Plattegrond mogelijke herbouw. In blauw resterende bebouwing van vòòr 1940.Nee, niet alles hoeft heropgebouwd, maar er is één gebied dat er echt om vraagt. De plek waar de discrepantie tussen vooroorlogs stadsschoon en huidige onaantrekkelijkheid het grootst is, is de omgeving Steiger-Hang-Hoogstraat en Grotekerkplein-Haagseveer-Oppert. Hier staan nu nog wat druilerige flatjes die binnenkort een keer gesloopt moeten worden. Bouw hier nou een stuk oud-Rotterdam weer op. Met het smalle Spuiwater, de art nouveau-winkelpanden aan de Hoogstraat en de hangende keukens aan de Steiger. Geïntegreerd met na-oorlogse toevoegingen als Café Dudok, de Steigerkerk en natuurlijk de Markthal. Bovendien pas je zo het vooroorlogse Stadhuis, postkantoor, Schielandshuis en Laurenskerk weer mooi in hun historische omgeving in. Maak er een project van. Doe het desnoods in fases. Doe het, en je staat bovendien nationaal en internationaal weer eens in de picture, zoals Rotterdam dat zo goed kan. Ik doe mee als je wilt. Kom in actie en eis de historische binnenstad waar je opa en oma net na 1940 niet om durfden te vragen.

En dan gaan we het hierna weer over (Rotterdams) bier hebben…

Gebruikte literatuur:

Paul van de Laar, Stad van formaat. Geschiedenis van Rotterdam in de negentiende en twintigste eeuw, Zwolle 2000.

E. Roelofsz, De frustratie van een droom. De wederopbouw van de in mei 1940 verwoste delen van de binnenstad, Kralingen en het Noordereiland van Rotterdam 1940-1950, Rotterdam 1989.

Nora Schadee, Een rijk geheugen. Geschiedenis van Rotterdam 1270-2001, Rotterdam 2002.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *