Georges Lacambre: de man die België leerde brouwen

Op 30 mei 1884 werd op het Cimétière de Passy in Parijs een man begraven, in een kuil op sectie 1, rij 8 zuid, nummer 3 oost.[1] Deze begraafplaats, tegenwoordig in de schaduw van de Eiffeltoren, ziet eruit zoals we Parijse begraafplaatsen kennen: robuuste grafhuisjes met tierelantijnen, beelden van treurende engelen, en vooral veel sjiek marmer. Hier vond hij zijn laatste rustplaats: Georges Lacambre, de man die België leerde brouwen.

Natuurlijk, het is onzin. Belgen konden al eeuwenlang brouwen. Maar Lacambre was wel de eerste die het brouwen en de gebruikte technieken in België uitgebreid beschreef, in zijn boek Traité complet de la fabrication de bières et de la distillation des grains uit 1851.[2] Het zou nog minstens een halve eeuw een standaardwerk blijven dat menig Belgische en noord-Franse brouwer altijd onder handbereik hield.

Titelpagina van Lacambres boek uit 1851.In ruim vijfhonderd pagina’s beschreef Lacambre de grondstoffen, het moutproces, het brouwen en de gisting, en dat alles volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Hij ging uitgebreid in op het moderne brouwen in Engeland en Duitsland, maar een pareltje voor ons bierhistoriegekken is zijn overzicht van de diverse bieren die destijds in België zelf gemaakt werden en waarvan vele intussen verdwenen zijn, zoals Leuvense peeterman, Lierse caves, Luikse saison, Vlaamse uitzet en Antwerps gerstebier. Dankzij hem weten we hoe destijds lambiek werd gemaakt en Hoegaards witbier.

Wie over Belgische bierhistorie schrijft, kan kortom niet om Lacambre heen (al helpt het natuurlijk als je Frans kunt lezen).[3] Daarom is het juist des te vreemder dat nooit is uitgezocht wie hij nou eigenlijk was. Dus moest ik dat maar doen. Om te beginnen was hij geen Belg.

Het typische landschap van de Limousin in midden-Frankrijk, waar Georges Lacambre werd geboren.Germain Pierre Georges Lacambre werd geboren op 28 mei 1811 in het gehucht La Poujade, in de gemeente Altillac, in de regio Limousin in midden-Frankrijk. Zijn vader was daar advocaat en vrederechter. Nu is de Limousin niet bepaald een streek waar veel gebrouwen wordt. Eerder een wijnstreek. Helaas heeft Lacambre zelf weinig over zijn leven opgetekend, waardoor je zijn levensloop als puzzelstukjes aan elkaar moet leggen. In 1835 studeerde hij af aan de prestigieuze Ecole Centrale des Arts et Manufactures in Parijs. Dit instituut was in 1829 opgericht met de bedoeling om wetenschap en techniek te combineren, en om mensen zo op te leiden tot civiel ingenieurs. Afgestudeerden werden geacht generalisten te zijn, die overal inzetbaar waren.

Hoe Lacambre in het bierbrouwen is beland? Het is onmogelijk te zeggen. In ieder geval trok hij in 1836 samen met studiegenoot Charles Ernest Persac (1806-1873) naar Leuven om daar de brouwerij van de Société des Brasseries Belges in te richten.

De 'monsterbrouwerij' in Leuven, die door Lacambre en Persac werd opgezet, later 'La Vignette' geheten. Bron: liberas.eu. Dit bedrijf was in 1835 gesticht door een zekere Renier Hambrouck, die dat jaar het terrein van de voormalige abdij van Onze-Lieve-Vrouw van de Wijngaard in Leuven aankocht. Lacambre en Persac richtten hier voor Hambrouck een grote, moderne brouwerij in, uiteraard met een stoommachine. Het complex werd zo groot dat men ook wel van de ‘brasserie monstre’ sprak![4]

Lacambre had intussen in Engeland, België en Duitsland diverse brouwerijen bezocht en goed uit zijn ogen gekeken. Toen de brouwerij in Leuven klaar was, werd hij er de brouwmeester. Hij overzag het brouwen van onder meer het typisch Leuvense witbier maar ook Engelse ales. In een proefbrouwerij kon hij verder naar hartenlust experimenten doen.

Niet alleen het brouwen hield Lacambre bezig: in 1840 trouwde hij met de 27-jarige Leuvense schone Hyacinthe Euphrosine Anchiaux.[5] Zo’n welluidende naam doet een deftige familie vermoeden, en dat klopt ook: haar vader was rentenierend grondeigenaar. In de kadastrale leggers komen Lacambre en zijn vrouw vervolgens voor als eigenaar van gronden en huizen in Brabantse plattelandsgemeenten als Molenbeek-Wersbeek, Rillaar, Tielt-Onze-Lieve-Vrouw en Kaggevinne.[6]

Pedro Rodenbach, oom van Lacambres vrouw en getuige op diens huwelijk. Uit: Michel de Bruyne, De Rodenbachs van Roeselare.Hyacinthe Anchiaux had echter ook brouwersbloed in haar aderen. Haar grootvader aan moederskant was brouwer te Mechelen, en haar tante was Regina Wauters, die getrouwd was met Pedro Rodenbach, een van de stichters van de nog altijd bestaande gelijknamige brouwerij in Roeselare. Sterker nog, diezelfde Pedro Rodenbach was getuige op Lacambres huwelijk, als oom van de bruid!

In 1840 vertrok Georges Lacambre bij de ‘monsterbrouwerij’ in Leuven. Waarom weten we niet. Sterker nog, hoewel hij kennelijk al aan zijn brouwboek bezig was, ging hij zich bezig houden met allerlei andere zaken. Datzelfde jaar zette hij in Heusden een dextrinesiroopfabriek op voor Darbois, Smith & Comp. (een bedrijf waar ik verder zo gauw niks over kon vinden), en dat zelfde jaar vroeg hij samen met Persac octrooi aan op een lakenweefmachine, een ventilator om mijnen te luchten en een manier om lekken in locomotiefbuizen te voorkomen.[7]

In de jaren erna zien we Lacambre, dan woonachtig in Brussel, later in Sint-Joost-ten-Node en Schaarbeek, bezig met verwarming van openbare gebouwen, een oven voor glas en kristal en een apparaat om gas voor verlichting te zuiveren.[8]

Intussen verging het de brouwerij in Leuven, waar Lacambre was vertrokken, minder goed: financiële moeilijkheden leidden in 1844 tot liquidatie en verkoop. Uiteindelijk kwam er een doorstart onder de naam La Vignette, wat simpelweg de Franse naam van het voormalige klooster op die locatie (‘Het wijngaardje’) was geweest. La Vignette zou het uiteindelijk nog tot 1937 uitzingen, waarna het door Artois werd overgenomen.[9] Ter plaatse is er nu weinig meer uit Lacambres tijd te vinden, maar er loopt wel een project om het biermerk La Vignette weer op de markt te brengen, uiteraard met een origineel recept van Lacambre zelf. Kijk daarvoor op www.lavignettelouvain.be.

De handtekening van Lacambre, in een exemplaar van zijn boek. Het koste 20 frank in België en Frankrijk en 10 gulden in Nederland.In 1851 bracht Georges Lacambre dan eindelijk zijn brouwboek Traité complet uit, dat overigens uit twee delen bestond: het tweede volume ging over destilleren, want blijkbaar had hij daar ook verstand van. Eigenlijk had hij het boek al in 1848 willen uitbrengen bij een uitgever in Parijs, maar de politieke onrust van dat jaar haalde daar een streep door. Kennelijk werd het boek positief ontvangen, want in 1856 werd een tweede druk uitgebracht.

Het is trouwens opvallend, dat het voornamelijk buitenlanders waren die in België over bier publiceerden. Zo was er ook een zekere Charles Godard (geboren Caen ca. 1792), van Normandische afkomst maar in de jaren 1830 werkzaam in brouwerijen en destilleerderijen in onder meer Sint-Jans-Molenbeek en Tienen. Hij publiceerde meerdere boeken en boekjes over bierbrouwen. Het Dictionnaire de la brasserie uit 1873, een van de boeken uit de reeks uitgegeven door Auguste Laurent. Bron: Stadsarchief Dendermonde.Helaas was hij in feite een koekwaus van jewelste, met eigenwijze theorieën over de invloed van elektriciteit op het moutproces en nog veel meer. De in Parijs werkzame brouwer François Ferdinand Rohart (Reims 1818 – Parijs 1889) veegde in 1848 in zijn boek Traité théorique et pratique de la fabrication de la bière de vloer aan met Godard en zijn hersenspinsels. Roharts boek werd in België veel gelezen, maar helaas gaat zijn werk niet specifiek op België in.[10]

Iemand die wel veel over het Belgisch brouwwezen schreef was de Fransman Auguste Laurent (Fresnes-sur-Escaut 1819 – Saint-Laurent-Blagny 1903). In 1859 richtte hij in Brussel het brouwersblad Moniteur de la brasserie op, en in 1870 begon hij met een serie informatieve (maar helaas zeldzame) boekjes genaamd Bibliothèque de la brasserie, waarvan zo’n dertig deeltjes zijn verschenen. Overigens dreef zijn broer Isidore Laurent een mouterij in de buurt van Arras, en produceerde daar een regelmatig in de Moniteur aangeprezen kleurstof genaamd Brutolicolor, gemaakt van cichoreiwortel.[11]

George Maw Johnson, de Engelsman die in 1893 het blad Le petit journal du brasseur opzette. Uit: Perrier-Robert en Fontaine.Met onder meer de opkomst van brouwerijscholen kwam er allengs meer belangstelling voor de theorie achter het brouwen bij de Belgen zelf, maar het was de Engelsman George Maw Johnson (Sutton (Suffolk) 1864 – Brussel 1928) die in 1893 het brouwersblad Le petit journal du brasseur zou stichten. Tien jaar eerder was hij voor het eerst vanuit Canterbury naar België gekomen, waar hij tientallen brouwerijen adviseerde over het brouwen van Engels bier. In 1887 verscheen zijn boek Traité pratique de la brasserie et du maltage anglais et fabrication des bières anglaises. Zijn brouwersblad werd in 1899 het officiële orgaan van een van de Belgische brouwersbonden, maar dat is weer een ander verhaal. Na meer dan honderd jaar werd het wekelijkse krantje uiteindelijk vervangen door een driemaandelijks periodiek genaamd Het brouwersblad.[12]

Het huis (links) in de Rue Dumont-d'Urville in Parijs, waar Georges Lacambre de laatste jaren van zijn leven sleet. Bron: Wikipedia.Terug naar Georges Lacambre. Na het uitkomen van zijn brouwboek zette hij nog wat octrooien op zijn naam, onder meer op het gebied van distillatie van drank uit graan en suikerbieten, en over de fabricage van glas en spiegels.[13] Daarna werd het stil. Ging hij rentenieren? In 1864 werd in Brussel een verzameling boeken afkomstig van Lacambre publiek verkocht.[14] In 1866 zien we hem nog wonen aan de Anderlechtlaan in Brussel, dan verdwijnt hij uit het zicht, waarna we hem en zijn vrouw in 1874 terugvinden aan de Rue Dumont-d’Urville in Parijs.[15] Wat hij daar deed, in die sjieke straat vol met herenhuizen? Geen idee. Misschien wel niks, zitten op zijn geld. Dronk hij nog wel eens een Belgisch biertje? Wie zal het zeggen. Georges Lacambre stierf op 4 april 1884, thuis, om vier uur ’s nachts, 72 jaar oud. Zijn vrouw stierf een jaar later.

Ze hadden geen kinderen. Van Lacambre is geen portret bewaard gebleven. Het voornaamste wat hij heeft nagelaten, is door generaties Belgische brouwers gekoesterd: zijn boek.


[1] Begraafboek (Répertoires annuels d’inhumation) Cimétière de Passy, Archives de Paris.

[2] Georges Lacambre, Traité complet de la fabrication de bières et de la distillation des grains, pommes de terre, vins, betteraves, mélasses, etc., Brussel 1851.

[3] Dit is natuurlijk niet de plaats om in een notendop de taalgeschiedenis van België uit de doeken te doen, maar in kort bestek: hoewel in de 19e eeuw iets meer dan de helft van de Belgen Nederlands (‘Vlaams’) sprak, was Frans de taal van de elite, van de politiek, van de wetenschap maar ook van de handel en industrie. Veel Nederlandstalige brouwers konden over het algemeen redelijk tot goed Frans. Pas in 1916 zou in België het eerste serieuze brouwershandboek in het Nederlands verschijnen, dat van Hendrik Verlinden.

[4] Rik Uytterhoeven, Leuven, bierstad door de eeuwen heen, Leuven 1983, foto 32-36.

[5] Huwelijk voor de burgerlijke stand 24-9-1840 te Leuven.

[6] In te zien via https://belgica.kbr.be/belgica/popp.aspx?_lg=nl-BE.

[7] L’indépendance belge 22-12-1840, 28-12-1840; Bulletin officiel des lois et arrêtés royaux de la Belgique, volume XXI, (1840), p. 543.

[8] L’indépendance belge 21-5-1841, 30-12-1845; G. Lacambre, Rapport sur les divers systèmes de chauffage et de ventilation adoptés pour les différents édifices et établissements d’utilité publique, Brussel 1845.

[9] Uytterhoeven, Leuven, bierstad door de eeuwen heen.

[10] O.a. Charles Godard, L’art de brasser, Parijs 1842. Charles Goddard (sic), destillateur, trouwde op 20-5-1837 te Sint-Jans-Molenbeek met Marie Therese Bulens. F. Rohart, Traité théorique et pratique de la fabrication de la bière, deel II, Parijs 1848, p. 579-586.

[11] Zie o.a. Auguste Laurent, La bière de l’avenir, Brussel 1873; Almanach des Brasseurs année 1864, Brussel / Parijs 1864.

[12] Leidsch dagblad 22-2-1994; Jef Van den Steen, Speciale Belge Ale. Traditiebier van hier, Tielt 2016, p. 12-13; Anne Perrier-Robert en Charles Fontaine, België door het bier. Het bier door België, Esch-sur-Alzette 1996, p. 190. De uitgave van Het brouwersblad werd in 2006 stopgezet, zie De Standaard 14-6-2007.

[13] L’indépendance belge 16-11-1853; Bulletin des lois de l’Empire français, serie XI (1855), p. 1044, 1194.

[14] Catalogue d’une très belle collection de livres anciens et modernes provenant de M. Lacambre (…), Brussel 1864.

[15] Annuaire-almanach du commerce, de l’industrie, de la magistrature et de l’administration, Parijs 1874, p. 359.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *