Verloren bieren 5 Hooibouwbier

En dan wordt het nu tijd om eens een echt vergeten biersoort aan de vergetelheid te ontrukken. Het is een zonnig dagje, dus zullen we nog even een zomerbier doen? Bovendien met een recept, want het ultieme doel van deze artikelen is natuurlijk dat we het bier uit vroeger tijden ook kunnen proeven.

Bier wordt niet altijd door brouwers gebrouwen. Er zijn talloze bierliefhebbers die zich wagen aan een eigen homebrew. Maar thuisbrouwen is niet iets van de laatste jaren. Voor de Tweede Wereldoorlog werd er ook nog lustig thuis op los gebrouwen. Door wie? Door de Hollandse boerin!

In de Hollandse polder was de hooibouw altijd een drukke tijd. We hebben het hier over de tijd van vóór de maaimachine: wekenlang stonden de boeren en hun knechten met de zeis gras te maaien. Gras dat op grote houten wagens door paarden naar de boerderij werd getrokken, waar de hooiberg ermee volgestouwd werd. Als voer voor de koeien voor de winter. Met strooien hoeden op, zwaaiend met de zeis stonden de maaiers zwetend in de wei. Een werk om dorst van te krijgen. En dan snak je naar bier.

In de hooibouwtijd werd er door bierbottelaars dan ook driftig geadverteerd met bouwbier of hooibouwbier. Maar wat was dat dan? En wie maakte het? Rond 1875 spreken de krantenadvertenties nog van puik Noord-Brabantsch hooibouwbier. Maar algauw gingen ook brouwerijen in Holland (De Gekroonde P in Delft, De Hand in Gouda, De Krans in Utrecht en zelfs Heineken) het produceren. In tegenstelling tot andere verdwenen biersoorten zijn er geen etiketten van bewaard gebleven, maar dat is niet zo vreemd: het hooibouwbier werd alleen op fusten geleverd. De boeren kochten hele vaten, want er ging heel wat bier doorheen in de hooibouwtijd
Over hooibouwbier valt te lezen dat het een slap, troebel, bovengistend bier was, vooral erop gericht de dorst te lessen. Het is dan ook niet uit te sluiten dat het bouwbier van de diverse brouwerijen vaak gewoon een aangelengde versie was van hun normale bier. Hooibouwbier was goedkoop en had niet altijd een goede naam. Bierhandelaren die graag een graantje mee wilden pikken van de grote bieromzet tijdens de hooiperiode, aarzelden dan ook niet om het hooibouwbier in de krant flink af te kraken.

Toch werd het beste hooibouwbier niet in brouwerijen, maar op de boerderij zelf gemaakt, door de boerin. Van een boerin die dit goed in de vingers had, moet dit uitstekend gesmaakt hebben. Tot in de twintigste eeuw was dit thuisbrouwen vaste prik op de boerderijen in Zuid-Holland en Utrecht.

Met de opkomst van de maaimachine, de crisis in de landbouw van de jaren dertig en niet te vergeten de veranderende smaak bij de bierdrinker, verdween het hooibouwbier uit de roulatie. Bovendien werd thuisbrouwen strafbaar: diverse boeren gingen in de jaren twintig en dertig op de bon voor het ontduiken van de drankwet. Zo verdween weer een traditioneel bier van het toneel. Maar niet voorgoed. Je kunt namelijk zelf aan de slag. In een krant (De Rijnbode) uit 1939 wordt een recept vermeld! Het lijkt niet helemaal te kloppen (wat doe je met de overgebleven 1/3 van de hop, en is het verstandig om meteen te bottelen?), maar daar moet je maar even omheen lezen.

Voor het maken van 15 à 20 bier heeft men noodig: 10 cent hop, 10 cent poederdrop, 1 pond gerst, 1 1/2 pond donkerbruine bastaardsuiker, 1 cent gist.
Men brengt pl.m. 20 liter water aan den kook. Zoodra het water kookt, laat men de gerst hierin 10 minuten koken. Daarna doet men ongeveer 2/3 deel van de hop in het brouwsel en laat dit nog een 20 minuten doorkoken. De gerst mag niet gaar worden, anders krijgt men te veel bezinksel.
Vervolgens zet men het brouwsel van het vuur, waarna men het zeeft om daarna direct de bastaardsuiker en het poederdrop erin te doen en alles goed door te roeren. Zoodra het brouwsel koud is, wordt de gist, welke met wat biervocht tot een papje is gemaakt er goed door geroerd.
Hierna schenkt men het brouwsel in flesschen, welke niet te vol mogen zijn, en direct goed afgesloten moeten worden.

Succes ermee, biervrienden. Vóór consumptie eerst in volle zon het gras maaien en wanneer er genoeg zweet op je rug staat, breek dan een koud hooibouwbiertje aan.


5 reacties op “Verloren bieren 5 Hooibouwbier”

  1. Cees Weeterings schreef:

    Geinig. Toch denk ik niet dat ik dat thuisbrouwrecept ooit ga proberen. Vooral dat poederdrop lijkt me bijzonder ranzig eigenlijk. 🙂

  2. Freek schreef:

    🙂
    In 1582 had het bier ook nog een naam: Meuselaar, Val en Kuys…
    werden in het Veld by de Hoyers of Maayers, en aldaar gebragt in groote Kruycken, kleine houten Tonnekens ofte Stoopkens

  3. Fred Schiphorst schreef:

    Een gek recept. Niet alleen door direct bottelen en die derde van de hop , maar ook door de enorm korte kooktijd. Van brouwers heb ik begrepen dat om de bitterheid los te krijgen 60 minuten toch wel het minimum is. Verder wordt zo te zien ongemoute gerst gebruikt die ook direct gekookt wordt. De alcohol moet duidelijk van de suiker komen
    Als dit exemplarisch is voor de kwaliteit van bier in die tijd kan ik me de opmars van de pilsener bieren heel goed voorstellen
    De vrouwelijke brouwer was verder internationaal naar ik heb begrepen. Ook in het Verenigd Koninkrijk was brouwen oorspronkelijk een huishoudelijke taak die de vrouw uitvoerde. Pas toen er geld mee verdiend kon worden werd het een mannenzaak wist men me in ene historisch programma te vertellen.

  4. Hans de Vries schreef:

    Leuk artikel! Wat de lezer wel moet beseffen is dat er tot die tijd nog geen (schoon) drinkwater beschikbaar was. Het was dus sowieso verstandig het water eerst te koken (minimaal 10 min.) de alcohol zorgde vervolgens dat het water niet opnieuw besmet raakte. De smaak was van ondergeschikt belang. Hetging om die dorst, die vreselijke dorst.

  5. Roel Mulder schreef:

    Over het recept had ik ook zo mn twijfels. Duidelijk opgeschreven door iemand die er zelf geen verstand van had. Maar het is het beste wat ik heb kunnen vinden; het geeft in ieder geval een beeld van wat het ongeveer voor bier was. En ik vermoed dat allerlei boerinnen een eigen recept hadden dat veel beter was. Kon ik het maar aan mijn overgrootmoeder vragen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *