Verloren bieren – 20 – Nieuwlicht

Als je de landelijke oprijlaan inslaat, heb je eigenlijk nog niks in de gaten. Je ziet een groot oud huis, bomen, tuinen, een weitje. Een oude boerderij denk je, of misschien een landhuis, hier op het platteland in de buurt van Nijmegen. Maar dan zie je het oude fabrieksgebouw, met de grote schoorsteen. En jawel, dit is een oude brouwerij, tussen de weilanden in Heumen. Je bent op Bergzicht, lange tijd de belangrijkste bierbrouwerij van Gelderland en bakermat van een Verloren Bier. Misschien wel ondergistend bier. Het eerste ondergistend bier van Nederland.

‘Ziet gij, vriend, dat aantal gebouwen daar bij elkander? Het is de welbekende bierbrouwerij van den Heer van den Broek,’ schreef de Geldersche Volksalmanak in 1842. ‘Voor eenige jaren vond gemelde Heer eene nieuwe biersoort uit, welke hij met den naam van Nieuw Licht bestempelde. Welk eene zonderlinge naam, en dat voor bier!’ In de levendig bezochte herberg van Heumen hoorde men dan ook de hele tijd de woorden ‘Kastelein! Een glas nieuw licht.’ De bevallige Doortje, de dochter van de dikke kastelein, schonk het daar graag voor je in.

Franciscus van den Broek had net in dat jaar de in 1814 gestichte brouwerij van zijn vader overgenomen en begon vanaf toen flink aan de weg te timmeren. ‘Dagelijks gaat er eene zeer lange, sterke met genoemden drank zwaar beladen karwagen, waaraan drie reusachtige paarden genoeg hebben te trekken, naar Nijmegen,’ schreef de almanak verder. Nieuwlicht was een succesnummer. In oude krantenadvertenties duikt het bier al snel op in Amsterdam, Rotterdam, Leeuwarden en Utrecht, en steeds wordt het aangeprezen als ‘Echt Heumensch Nieuwlicht’. De brouwerij vergrootte in 1853 de ketels en had zes man in dienst, en was daarmee de belangrijkste bierbrouwer van Gelderland. Een prestatie in het toen niet echt bierminnende Nederland, dat qua kwaliteit, consumptie en omvang van de productie ver achterbleef bij het buitenland.

Maar wat was Nieuwlicht nou voor bier? Kijk, daar beginnen de moeilijkheden. In een advertentie uit 1859 werd het omschreven als bier dat ‘eene regt aangename smaak heeft en een zeer gezonde drank is. Door Heeren Doctoren wordt het om zijne voedzaamheid aan Minnen aanbevolen.’ In 1857 was het een van de door scheikundige G.J. Mulder onderzochte Nederlandse bieren. Het had toen een alcoholpercentage van 4,2% en een gemiddeld zuur- en extractgehalte. Uit een gedeelte van het archief van de brouwerij, dat in Nijmegen wordt bewaard, blijkt dat Van den Broek werkte met onder andere Vlaamse en Duitse hop, en gerst uit Zeeuws-Vlaanderen. En het was géén witbier zoals dat voorheen in het naburige Nijmegen werd gemaakt, blijkt uit een antwoord op een brief van een klant die in 1863 vroeg of Van den Broek ook witbier leverde. “Wat het Wit aangaat, dit werd hier vroeger veel gebrouwen, doch is uit de mode geraakt.”

Wat was er dan zo speciaal aan Nieuwlicht? Was het misschien… ondergistend bier? Dat is tenminste wat men in de jaren tachtig van de twintigste eeuw beweerde, toen er een soort biermuseum op Bergzicht was gevestigd. In 1853 zou men ijskelders in de brouwerij gebouwd hebben en als eerste in Nederland ondergistend zijn gaan brouwen.

Maar helaas biervrienden, ik geloof daar helemaal niets van. Nieuwlicht bestond immers al vòòr 1842, waarmee het een eerder ondergistend bier zou zijn geweest dan het eerste Tsjechische pils, dat van precies dat jaar dateert! Vervolgens vond ik in de archieven van de brouwerij helemaal niets over ondergisting of de ijs en ijskelders die je daarvoor nodig had. Daarbij kwam dat in de toenmalige ingewikkelde Nederlandse wetgeving er een accijns van heb-ik-jou-daar zat op volgens de ‘Beierse’ methode gemaakt ondergistend bier. Die wetgeving werd pas werd aangepast in 1868, niet toevallig het jaar waarna in Nederland de eerste grote pilsbrouwers begonnen. Volgens de oude regeling zou ondergistend bier zowat twee keer zoveel als normaal bier moeten kosten. Daar is in de prijslijsten van bierverkopers in die tijd echter niks van terug te vinden. Nieuwlicht kostte over het algemeen net zoveel, of hoogstens net iets meer, dan de andere traditionele bovengistende Nederlandse bieren.

Hoe dan ook, het Nieuwlicht uit Heumen werd, zoals dat altijd gaat met succesvol bier, al snel nagemaakt door allerlei andere brouwers in heel het land. Bovengistende brouwers. Wel schijnt het dat de beginnende biermagnaat Gerard Adriaan Heineken zich in september 1865 bij Bergzicht meldde, met de vraag of hij eens een keer een kijkje in de keuken van het succesvolle bedrijf mocht nemen. Of het hier echt van gekomen is blijft de vraag, en zijn brief kon ik in het archief van Bergzicht niet meer terugvinden.

Het had wel een mooie scène opgeleverd: de jonge debutant Gerard Adriaan Heineken op bezoek bij Franciscus van den Broek, op dat moment misschien wel de meest succesvolle brouwer van Nederland. Hoe het vervolgens met Heineken gegaan is, weten we allemaal. Heineken vormde zijn ouderwetse Amsterdamse brouwerijtje om tot een megafabriek van pils. Maar hoe verging het Van den Broek met Bergzicht? Niet best helaas. In 1868 kocht het bedrijf een stoommachine voor het pletten van gerst en het aandrijven van pompen, maar ze waren daarmee beslist niet de eerste van Nederland. Onder Franciscus zoon Albert van den Broek zakte het bedrijf verder weg, tot het in  1920 definitief zijn deuren sloot.

Toch wordt er nu weer bier op Bergzicht gebrouwen. In 1983 begon Herm Hegger met het opknappen van het complex en het brouwen van bier onder de naam ‘De Raaf’. Nadat Oranjeboom in 1994 de brouwerij kocht en opdoekte vanwege het succesvolle witbier kwam een jaar later de familie Kruissen naar Bergzicht, die het ging uitbaten als horecabedrijf en in 2008 ook weer bier ging brouwen onder de naam ‘De graaf van Heumen’.

Maar Nieuwlicht was daar niet meer bij. Het recept van dit ooit zo succesvolle bier is ergens in de mist van de negentiende eeuw verloren gegaan. Terwijl Van den Broek ooit zo succesvol bezig was. Rond 1860 was hij een van de eerste brouwers die zelf bottelde, en het Nieuwlicht werd zelfs verscheept naar Nederlands-Indië. Het enige wat er nu nog aan herinnert is de alleen in naam verwante ‘Nieuw ligt’ die Herm Hegger bedacht voor zijn Brouwerij de Hemel in Nijmegen: een loodzware (10%) koperbruine barleywine met een fruitige afdronk. Dus dan drinken we die maar.

Met dank aan: Twan Dohmen


2 reacties op “Verloren bieren – 20 – Nieuwlicht”

  1. Marcel Plaatsman schreef:

    Interessant, wederom. Het zou natuurlijk mooi zijn als het recept nog ns werd teruggevonden. Dan kunnen we ook beoordelen of Van den Broek werkelijk een goede brouwer, of misschien toch vooral een goede marketeer was.

    Ondergistend bier werd natuurlijk al lang vóór het beroemde bier uit Pilsen gebrouwen. In Midden-Europa was het de traditionele brouwmethode, ingegeven door de strenge winters, waarbij alleen trage vergisting mogelijk was, en de te hete zomers waarin je al helemaal bijna niets kon brouwen.
    Langs de Noordwest-Europese kusten was het zeeklimaat een stuk vriendelijker, daar viel de bovengistende (snelle) methode prima vol te houden, een groter deel van het jaar ook, wat de productiviteit natuurlijk wel ten goede kwam.

    Nijmegen is nog een van de meer landklimatige regios van Nederland, maar toch zal ook hier bovengisting inderdaad het meest gebruikelijk zijn geweest. Maar een ondergistend bier vóór de introductie van het pils, dat is inderdaad best mogelijk, al dan niet in het geniep om accijns te omzeilen.

  2. T0n schreef:

    Tja, deze brouwerij is maar moeilijk te vinden. Als je de oprit oprijdt zie je niet dat het een brouwerij betreft. Zelfs als je er parkeert moet je goed kijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *