Het Trio Stout-mysterie (1)

Trio Stout zoals UDB er momenteel mee adverteert voor de tropische markt.Een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse bierwereld is een stout die al wat langer meegaat. Al bijna een eeuw wordt er Trio Stout gebrouwen voor de tropen. Toen ik gevraagd werd om de geschiedenis van dit merk eens uit te pluizen, dacht ik: dat doen we even. Maar er was in eerste instantie niets te vinden over dit bier. Helemaal niets…

United Dutch Breweries in Breda is een a-typische brouwerij. Het is ontstaan toen het Belgische Interbrew in 2004 de Bredase Oranjeboom-brouwerij sloot die het in 1995 had overgenomen. De exportafdeling van Oranjeboom deed een management buy-out (voor de niet-ingewijden: de directie kocht zelf het bedrijf) en ging zelfstandig verder met de van Interbrew overgenomen merkenportfolio van Oranjeboom. Terwijl de slopers het grootste deel van de oude brouwerij aan de Ceresstraat allang aan puin hadden geslagen, ging United Dutch Breweries, kortweg UDB, verder met het wereldwijd verkopen van Oranjeboom-, Phoenix- en Drie Hoefijzers-bier en andere oud-Hollandse merken.

Een van die oude merken die ze nog altijd exporteren is Trio Stout. Een donker bier dat tegenwoordig vooral wordt verkocht op de Afrikaanse en Caribische markt. Sporadisch is het in Nederland wel te krijgen, vooral in Surinaamse toko’s. UDB bracht het tot voor kort aan de man met de slogan ‘dark roasted since 1950’. Maar nu wilden ze er graag wat meer achtergrondinformatie bij. Waar kwam dat Trio Stout vandaan, wie is er ooit mee begonnen, en zit er nog een speciaal verhaal aan vast? De vraag was dus of ik dat voor ze kon uitzoeken. En natuurlijk, dat kan want dat vind ik leuk. Je kunt me zo inhuren.

Het was duidelijk dat Trio Stout gekoppeld was aan een alleen op papier bestaand bedrijf dat Interbrew in 1995 tegelijk met de hele Oranjeboom-inboedel had overgekocht: de ‘N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Mineraalwaterfabrieken Trio’. Hier begon het raadsel. Deze Trio N.V. was in 1919 in Tilburg gesticht door een voormalig caféhouder en een boekhouder, met als doel ‘de exploitatie van een of meer koffiehuizen en den handel in en de fabricage van dranken, een en ander in den meest uitgebreidsten zin’.[1]

Nieuwe Gorinchemsche courant 7-8-1920Dat van die koffiehuizen klopte. Zo opende Trio in 1920 een filiaal in Gorinchem, waar ze ‘zuivere limonades en champagne pils’ verkochten, en bieren van de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij (ZHB) in Den Haag.[2] In 1921 had Trio al zes van dit soort cafés: in Brunssum, Sittard, Gorinchem, Middelburg, Eindhoven en Amersfoort. Uit de inschrijving in het handelsregister van de vestiging in Amersfoort, blijkt dat in 1921 het hoofdkantoor van Trio in Den Haag was gevestigd.[3] En daarmee leidde het spoor naar de Hofstad. En naar de ZHB.

De Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij, opgericht in 1881, was op dat moment een van de grootste brouwerijen van Nederland. Al snel na de oprichting moet de N.V. Trio een dochteronderneming van die ZHB geworden zijn. Trio had vestigingen overal in Nederland (maar interessant genoeg niet in oorspronkelijke zetel Tilburg), waar gehandeld werd in limonades, ZHB-bier en andere dranken. Interessant genoeg gebruikte ZHB haar dochtermaatschappij Trio om diverse zelfstandige ZHB-agentschappen, die om de een of andere reden hun zaak niet konden voortzetten, op te kopen. Op die manier kon ZHB deze onrendabele afzetpunten voor eigen rekening open houden, door Trio als bezemwagen te gebruiken.[4]

De ZHB-brouwerij in Den Haag. In de cirkel de limonadefabriek Trio. Het hele complex en de omliggende bebouwing zijn gesloopt.Trio was dus in de jaren twintig en dertig een keten van drankenhandelaren, die mogelijk zelf ook limonade maakten. Na de Tweede Wereldoorlog verschoof het accent naar Trio als limonadeproducent: in 1949 liet ZHB op haar eigen terrein een Trio-limonadefabriekje bouwen. In die periode gingen wel meer brouwerijen zich met limonade bezighouden, zo verwierf Heineken een aandeel in Vrumona en stortte Oranjeboom zich op Ranja, van de C.P.-fabriek uit Groningen. Al met al was het belang van Trio-limonade voor ZHB niet zo groot. Ze maakten het vooral om het met hun bier mee te verkopen aan hun horeca-klanten. Wel adverteerden ze er op kleine schaal mee, bijvoorbeeld met reclames op Haagse trams.[5]

Okee, ik had nu Trio-limonade gevonden, maar nog géén Trio-bier. En al helemaal geen Trio Stout. Ik keerde het hele ZHB-archief ondersteboven, maar er was niets over te vinden. Sowieso stond het vast dat er in Nederland nooit Trio-bier was verkocht. Wel had ik het in kranten in Nederlands-Indië en Suriname aangetroffen, dus het was een exportmerk. Maar ook in de ZHB-documentatie over export kwam Trio-bier niet voor. ZHB verkocht wel degelijk bier in het buitenland, maar dat was gewoon onder eigen naam. Men had zelfs een verkoopkantoor in Londen om er ZHB-bier aan de man te brengen. ZHB was (in ieder geval in de jaren vijftig) bovendien het enige ‘continental lager’ dat werd geserveerd in het Britse Hoger- en Lagerhuis.[6]

Reclame voor Trio limonade - Uit: Peter Zwaal, Frisdranken in Nederland (bewerkt)Ik die had gedacht Trio Stout wel even terug te vinden in de stukken van de ZHB kwam bedrogen uit. Die Stout werd een echt raadsel. In 1960 werd de ZHB samen met nog een paar andere middelgrote brouwerijen opgekocht door Oranjeboom. Deze hield de Trio-limonadefabriek nog even aan, maar deed de limonadeproductie in 1966 over aan de Haagse concurrent Wilson, die drie jaar later moest stoppen. Dat was het einde van Trio als limonademerk.[7] Maar Oranjeboom moet Trio wel degelijk als biermerk voor de export hebben ingezet. In 1972 was Trio namelijk nog officieel gevestigd in Den Haag, maar had het een bijkantoor in Rotterdam, op het adres van de Oranjeboom-brouwerij. Volgens de inschrijving in het handelsregister werd hier onder de naam ‘Trio-brewery’ exporthandel in bier gedreven.[8] Verder ontbrak echter ook in het archief van Oranjeboom elk spoor van een bier genaamd Trio Stout: het kwam niet voor in verkoopfolders, jaarstukken of waar dan ook.

Liep hier het spoor dus dood? Waar kwam dat Trio Stout dan vandaan? Was er echt niets over te vinden? Wordt vervolgd!

[1] Bijlage Nederlandsche Staatscourant 2-5-1919, bevindt zich in: Het Utrechts Archief, Handelsregister Kamer van Koophandel Amersfoort, dossier 1319.

[2] Advertentieblad (Gorinchem) 10-10-1919; Nieuwe Gorinchemsche Courant 24-1-1920; Nieuwe Gorinchemsche courant 7-8-1920.

[3] Het Utrechts Archief, Handelsregister Kamer van Koophandel Amersfoort, dossier 1319.

[4] Gemeentearchief Den Haag, Archief Zuid-Hollandse Bierbrouwerij, inv. no. 20.

[5] Gemeentearchief Den Haag, Archief Zuid-Hollandse Bierbrouwerij, inv. no. 10,12, 20; Peter Zwaal, Frisdranken in Nederland. Een twintigste-eeuwse produktiegeschiedenis, Rotterdam 1993, p. 135-140, 160-165. Zwaal stelt overigens dat ZHB Trio pas in 1959 kocht, maar uit alle stukken blijkt dat Trio al medio jaren twintig in bezit was van ZHB.

[6] Gemeentearchief Den Haag, Archief Zuid-Hollandse Bierbrouwerij, inv. no. 12.

[7] Stadsarchief Breda, Archief De Drie Hoefijzers, inv. no. 1803; Zakennieuws voor Den Haag en omgeving nr. 4 (mei 1968), p. 6-11; Zwaal, Frisdranken in Nederland, p. 164, 250.

[8] Stadsarchief Breda, Archief De Drie Hoefijzers, inv. no. 1425.


2 reacties op “Het Trio Stout-mysterie (1)”

  1. Aniek schreef:

    Leuk om te lezen. Heb thuis nog wat flesjes staan (over de datum) en ben laatst ook opzoek gegaan. Veel verder dan Oranjeboom/de drie hoefijzers was ik ook niet gekomen. We kochten ze destijds bij Toko Rinus in Nijmegen voor een theatersport club Extra Stout als attentie voor de tegenspelers. Het was toen het enige ‘Extra Stout’ bier te vinden in de regio. Het zag er aan de buitenkant niet heel smakelijk uit, maar binnenkort ga ik toch maar een flesje opentrekken.

  2. Apperloo schreef:

    Wij kwamen de glazen tegen in Sibu ,Borneo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *