Het Trio Stout-mysterie (2)

Trio Stout was een Nederlands export-bier van de ZHB in Den Haag. Maar ondanks dat ik het hele ZHB-archief ondersteboven keerde, viel er niets over dit bier terug te vinden. Waarom niet? En hoe zat het dan wel? Het spoor leidde algauw naar de tropen…

De vorige keer zagen we dat Trio een limonadefabriek en drankenhandel was, een dochteronderneming van de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij (ZHB) in Den Haag. Zij moeten de makers van Trio Stout zijn geweest, al was het maar omdat oude etiketten de naam ‘Den Haag’ vermelden, en omdat de N.V. Trio op papier nog steeds bestaat en in handen is van het Bredase United Dutch Breweries (UDB), dat Trio Stout nog steeds exporteert. Uiteindelijk kwam ik erachter dat de ontstaansgeschiedenis van Trio als biermerk alles te maken moet hebben gehad met de export van de ZHB. Het eerst dook Trio namelijk op in Nederlands-Indië.

Nederlands-Indië is altijd een belangrijk afzetgebied geweest voor Nederlandse brouwerijen. Na de Eerste Wereldoorlog wilde de ZHB ook wat van deze markt meepakken. In Soerabaja werd een eigen verkoopkantoor geopend, en een bijkantoor in Bandoeng. Er werd ZHB pilsener, münchener, stout, donker lager en bockbier verkocht, ‘speciaal voor de tropen bereid’.[1] In 1922 deed er zich wat verloop voor in het verkoopkantoor van de ZHB in Bandoeng: in nog geen jaar tijd werd er drie keer een nieuwe vertegenwoordiger aangesteld.[2] In de Indische kranten werd dat jaar ook niet meer voor ZHB geadverteerd. En net toen verscheen er een nieuwe vreemde eend in de bijt: Trio-bier.

‘Hoppenstedt importeert Trio bier’ kondigden advertenties aan op 5 april 1922. ‘Trio-brouwerij Tilburg levert goed bier’ stond er een dag later te lezen. G. Hoppenstedt was sinds 1892 importeur van diverse goederen in Nederlands-Indië, zoals Verkade-chocola en Droste-cacao, en van onder meer parfums, champagne en diverse dranken.[3]

In april 1922 ging Hoppenstedt dus Trio-bier verkopen. Men adverteerde er lustig op los in de Indische kranten, met een afbeelding van de fles en een lijst van in welke hotels en toko’s het verkrijgbaar was. Later dat jaar verschenen er ook Trio-advertenties van Ban Choon & Co. in Medan (op Sumatra): ‘Trio-bier: een heerlijk licht biertje’. ‘Je tropenbiertje.’ Voor zover de biersoort werd gespecificeerd in de advertenties, betrof het altijd pilsener. Op de etiketten die in de krantenadvertenties getoond werden, stond Tilburg als vestigingsplaats.[4] Na 1923 stopten de advertenties voor Trio-bier in Nederlands-Indië echter weer, terwijl ZHB-bier in juli 1924 ‘wederom verkrijgbaar als van ouds’ was, nu geïmporteerd door Jacobson, Van den Berg & Co, onder meer gevestigd in Batavia. Zij zouden ZHB de komende jaren blijven importeren.[5]

De Preanger-bode 19-12-1922 De Sumatra post 23-12-1922 Sumatra-post 5-1-1923 De Sumatra post 11-4-1923

Wat was hier eigenlijk gebeurd? Waarschijnlijk het volgende. Kennelijk waren de verkoopkantoren van ZHB in Nederlands-Indië vanaf 1922 in het ongerede geraakt en zijn ze daarop gesloten. Tegelijker­tijd wist ZHB blijkbaar Hoppenstedt als importeur te strikken. Omdat ZHB in Indië echter nog eigen kantoren had, of mogelijk omdat er een ander juridisch of praktisch obstakel was, werd besloten dat Hoppenstedt geen bier onder de naam ZHB zou importeren, maar onder die andere merknaam die ZHB in eigendom had, hun merk dat ze tot dan toe enkel voor limonades en drankenhandels in Nederland hadden gebruikt: Trio. In 1924 is de export van Trio naar Indië vervolgens om onbekende redenen beëindigd, terwijl ZHB weer als merk werd ingezet, nu voor import door Jacobson.

De Trio in Nederlands-Indië betrof voor zover bekend alleen pilsener bier. Waar komt dan de Trio Stout vandaan? Daarvoor moeten we naar Suriname. Daar verkocht importeur G. van der Schroeff, gevestigd in de Heerenstraat hoek Watermolenstraat in Paramaribo, in 1916 voor het eerst De winkel van A. van der Voet in Paramaribo, importeur van Trio Stout in Suriname. Bron: Universiteit van AmsterdamZHB-bier. In de jaren twintig beroemde hij zich erop ‘eenig importeur’ te zijn van dit ‘wereldberoemde’ ZHB-pilsener en ZHB-Stout, dat gebruikt werd aan het hof, op de mailboten van de voornaamste Nederlandse en Engelse stoomvaartmaatschappijen en in ‘alle belangrijke plaatsen van Nederl. en Britsch-Indië en Zuid-Afrika’.[6]

Maar was Van der Schroeff wel enig importeur? Ook de in Rotterdam geboren Arnoldus van der Voet (1890-1974) was importeur in Suriname van allerhande zaken, sinds 1919 aan de Waterkant hoek Keizerstraat in Paramaribo. En in april 1923 kondigde hij aan ‘Hollandsch Glorie: Trio bier’. Van der Voet adverteerde het Trio bier in 1924 als ‘speciaal bereid voor de Tropen’, en ‘het beste bier op het oogenblik verkrijgbaar van Hollandsch fabrikaat speciaal gewild door dames, om de geringe alcoholsterkte’. Dat jaar was vanaf april behalve Trio bier ook verkrijgbaar ‘het smakelijke Trio Stout’. Vanaf dat moment verkocht Van der Voet beide.[7]

De West 8-4-1924

Alles wijst erop dat in Suriname dus hetzelfde trucje werd uitgehaald als in Nederlands-Indië: bier van dezelfde brouwerij werd onder twee merken verkocht: ZHB en Trio. Hier was zelfs sprake van twee importeurs, nog geen 500 meter van elkaar vandaan gevestigd, die gelijktijdig hun bier van ZHB betrokken. Na 1925 adverteerde Van der Schroeff niet meer met ZHB-bier. Van der Voet daarentegen ging door met Trio bier en Trio Stout tot in 1931 hij ineens degene was die ZHB-bier aanprees. Om onbekende redenen hield Van der Voet voor de stout echter het merk Trio aan, zodat hij nu twee merken verkocht: ZHB bier, ‘een der meest bekende merken Hollandsch Bier’ en Trio Stout, ‘niet het goedkoopste, wel het beste voor uw gestel.’[8]

Suriname 28-10-1927 Suriname 15-5-1934 De Surinamer 1-5-1954 Het nieuws (Paramaribo) 27-9-1958

Van der Voet voerde vanaf de jaren dertig inventieve reclamecampagnes. In 1930 konden mensen kroonkurken ruilen voor diverse hebbedingetjes, van asbakken en zakmessen tot fotocamera’s en klokken aan toe. In 1939 deed men dit nog eens dunnetjes over.[9] Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de import van ZHB- en Trio-bier in Suriname stil. Pas in 1950 adverteerde Van der Voet dat er weer ZHB-pilsener was, en ook Trio Stout keerde terug.[10] En Trio Stout bleef, ook toen de ZHB-brouwerij in 1960 door Oranjeboom werd gekocht en in 1974 gesloten. Sterker nog, Trio Stout is sindsdien nooit weggeweest en werd uiteindelijk uitgebouwd tot exportmerk voor alle tropische gebieden.

Kortom, dat ik over Trio als biermerk in de archieven weinig kon vinden, is eigenlijk wel logisch: het ontstond door gelijktijdige import van ZHB-bier door verschillende afnemers, in zowel Nederlands-Indië en Suriname. Het lijkt een bewuste keuze (van importeur A. van der Voet in Paramaribo in 1931?) om beide merken naast elkaar te laten bestaan. Het verhaal van Trio Stout is dus hoe een bier bestemd voor één speficieke afnemer zich ontwikkelde tot een klassiek exportmerk in Suriname en in Afrika een belangrijke vaste waarde. Misschien moet je hem toch maar eens gaan halen bij de toko, dit tropenbier van Hollandse makelij…

[1] Preanger-bode 14-6-1919, 1-7-1919, 9-3-1920, 17-12-1921; Bataviaasch nieuwsblad 13-8-1919.

[2] Preanger-bode 28-3-1922, 8-7-1922, 1-2-1923, 2-2-1923.

[3] Indische courant 5-4-1922, 6-4-1922; Preanger-bode 5-4-1922; Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 6-4-1922; Nationaal Archief, Archiefinventaris Handelmij. Hoppenstedt.

[4] Sumatra-post 7-12-1922, 14-12-1922, 15-12-1922, 2-6-1923, 19-10-1923.

[5] De Indische courant 31-7-1924, 30-10-1926, 21-12-1928.

[6] De Surinamer 7-5-1908, 30-7-1908; Suriname 21-12-1909, 13-1-1911, 25-2-1916; De West 19-3-1912, 1-12-1922, 11-5-1923, 31-8-1923, 29-12-1925.

[7] Suriname 25-7-1919, 8-2-1924, 7-8-1928; De Surinamer 15-4-1923, 2-12-1923; De West 11-3-1924, 8-4-1924. Overlijdensadvertentie Vrije stem 30-12-1974, genealogische informatie genealogieonline.nl.

[8] Suriname 4-9-1931, 31-7-1934.

[9] Suriname 10-6-1930, 6-7-1939.

[10] Het nieuws 15-5-1950; De West 20-12-1951.


Eén reactie op “Het Trio Stout-mysterie (2)”

  1. Marco Daane schreef:

    Gedegen speurwerk, Roel. En er is nog een leuke uitsmijter. Via Oranjeboom is de ‘oude’ stout van de ZHB (die hem trouwens al sinds 1919 schijnt te hebben gebrouwen, maar ik heb ook geen eerdere advertenties gevonden) na de sluiting van de ZHB in 1974 terechtgekomen bij De Vriendenkring in Arcen. Daar hebben ze het ZHB-recept in 1975 ‘vertaald’ naar een nieuwe Trio Stout – ondergistend! Van Vollenhoven is dus niet de enige ondergistende stout van ons land geweest. Er ging trouwens karamel in als bijkleuring, en het goedje bevatte 6,5 procent alcohol. In 1980, bij het afstoten van De Vriendenkring, was het definitief gedaan met het in Nederland gebrouwen Trio Stout. Je zou kunnen zeggen dat de stout die de erfopvolger van De Vriendenkring, De Arcener Bierbrouwerij, in 1983 ging brouwen, de erfopvolger van Trio was, maar dan van de oude bovengistende Trio. En Arcener Stout werd toen wel gebrouwen voor de Nederlandse markt.
    Met je oproep ben ik het zeer eens. Trio Stout smaakt echt niet verkeerd. Ik zou alleen zo donders graag willen weten waar hij sinds 1980, en vooral nu, gebrouwen wordt. In Europa, naar verluidt, maar waar?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *