Kuitbier uit Namen

Vandaag begint in Namen, hoofdstad van Wallonië, de internationale bierwedstrijd Brussels Beer Challenge. 85 bierkenners proeven er ruim 1400 bieren. Maar ik was vorige week al in Namen, en stuitte er onverwacht op een oude bekende. Inderdaad: kuitbier. Waarvan de geschiedenis enigszins herschreven kan worden…

Als er één land is dat zijn biergeheimen nog moet prijsgeven, dan is het, vreemd genoeg, België. En zo belandde ik in Namen. Het is niet de grootste stad van Wallonië: zowel Luik als Charleroi hebben bijna twee keer zoveel inwoners. Dat die twee steden het in 1986 niet eens konden worden over wat de hoofdstad van dit ééntalig Franse landsdeel moest worden, is de reden dat de eer uiteindelijk aan het kleine Namen (in het Frans: Namur) te beurt viel.

De stad wordt gedomineerd door de citadel, een kolossale vesting die uittorent boven de plaats waar de Sambre uitvloeit in de Maas. De strategische ligging heeft ervoor gezorgd dat Namen een groot gedeelte van zijn bestaan garnizoensstad was, meermalen belegerd en gebombardeerd, meermalen uit puin herrezen. En vaak bevolkt door dorstige soldaten.

De Sambre en de achterkant van de huizen aan de Rue des Brasseurs, Namen. Bron: Wikipedia, Jean-Pol GrandmontAan de huidige Rue des Brasseurs, waren dan ook zoals de naam suggereert zo’n dertig brouwerijen gevestigd om bevolking en soldaten van frisse pinten te voorzien. De brouwerijen lagen met hun achterkant pal aan de Sambre van waaruit het brouwwater werd geput. Hoewel de laatste brouwer al lang geleden vertrokken is, is dat nog goed te zien.

Zo rond het jaar 1350 dronk men in Namen nog ‘cervoises forte et floible’ ofwel sterke en slappe gruitbieren. Maar in een akte uit 1388 is er sprake van andere graandranken, namelijk ‘houppe’ en ‘thibut’. Die laatste verdween weer snel van het toneel, maar in de ‘houppe’ herkennen we import uit Holland: hoppenbier![1] Net zoals de steden van Vlaanderen, met name Brugge en Gent, werd dus ook Namen bereikt door de brouwers van met name Haarlem.

En daar bleef het niet bij: de Namense brouwers namen net als elders in het huidige België het brouwen met hop over, zodat in 1465 voor de ‘houppe’ voorschriften werden opgesteld: het moest gemaakt worden met 5 mud spelt of rogge per 24 vaten water, en met de ‘bijbehorende’ hop.[2] Maar het hoppenbier was niet het enige bier uit het noorden dat in de zuidelijke Nederlanden populair werd, en zo zien we in 1488 de ‘queute’ of ‘keute’ opduiken in Namen.[3] Hierin valt natuurlijk het populaire kuitbier te herkennen, waarmee met name Gouda furore maakte en dat ijverig werd nagebrouwen in wat tegenwoordig België is. Kuitbier was iets minder hoppig en bleker van kleur dan hoppenbier.

Zo rond 1500 waren houppe, keute en ‘forte keute’ (sterke keute) de drie biersoorten die in Namen werden gemaakt. Tegen die tijd was houppe de goedkoopste soort, van 15 stuivers per ton, terwijl een ton keute 30 stuivers opbracht, en forte keute maarliefst 45 stuivers. Net zoals elders vond er in de 16e eeuw een sterke ‘bierinflatie’ plaats, waarin de verschillende biersoorten allemaal steeds slapper werden en gedeeltelijk zouden verdwijnen. Houppe, in 1502 nog goed voor 34,5% van de productie in Namen, was er in 1535 geheel uitgestorven. Keute was in dat laatstgenoemde jaar nog goed voor ruim 80% van de productie, maar moest na 1550 bijna geheel wijken voor de forte keute, die uiteindelijk als enige Namense biersoort zou overblijven.[4]

Leuk om te zien kortom, dat ook Namen in de ban van het succesvolle kuitbier raakte, net als steden in Vlaanderen en Brabant, zoals Gent, Antwerpen en Brussel (en ook Halle, waar in 1559 een recept voor ‘keute et houppe’ werd opgetekend, dat door 20e-eeuwse amateurhistorici ten onrechte voor een lambiekrecept is aangezien).[5] Ook het brouwdorp Hoegaarden maakte een ‘keute de hougarde’, die in de Namense archieven voorkomt.[6]

Belegering van Namen in 1692. Zolang er soldaten waren, werd er bier omgezet.Maar goed, dat is allemaal leuk, echter nog niet echt verbazingwekkend. Maar er is meer! De naam ‘keute’ verdwijnt uit de officiële stukken in 1606, vanaf dan is er in Namen enkel nog sprake van ‘bonne bière’ en ‘petite bière’. Bovendien ging de kwaliteit van het Namense bier achteruit: de brouwers deden nog wel goede zaken in tijden van oorlog als er veel soldaten in de stad waren, maar met name in de achttiende eeuw ging het slecht. De beter gesitueerde burgers dronken naar verluidt enkel nog witbier uit Hoegaarden (de import uit deze plaats besloeg in Namen steeds tussen de 5 en 15%).[7] Het bier uit Namen zelf werd in de achttiende eeuw gemaakt met gerstemout maar ook met haver en spelt, en er werden ook nog wel eens ‘planten, kruiden en andere verboden stoffen’ bij gedaan, zoals ‘kalk, zonnebloemen, kalfspoten, azijn, zouten, agrimonie’ en meer.[8]

In Nederland was kuit inmiddels nagenoeg verdwenen. Al begin 17e eeuw was het hopeloos verslapt en in de 19e eeuw was kuit in Haarlem nog een benaming voor het allerwaterigste nabier. Maar, verrassing: Namen dronk nog wel kuit. Dat wil zeggen, naar het schijnt ging in de 19e eeuw ‘elke goede Namenaar’ op zondag of maandagmiddag na vieren een pul ‘keute’ drinken in Café de l’Europe op de Grand’Place.[9] De Namense graficus en schilder Félicien Rops met een licht-pornografisch oeuvre (zoek hem maar eens op bij Wikipedia…) beschreef een avondje doorzakken in 1848 met zijn muziekleraar, ene Büch, onder het genot van ‘drie flessen met het oud bier van Namen, “del vie Keute”‘.[10]

Vî Keute ('oude keute') in de versie van de Confrérie uit Belgrade, van na 1975. Bron: Delcampe‘C’est l’vie keute qui nos fait rire’ (‘Het is de oude keute die ons laat lachen’) staat er in een bekende Namense schlager uit 1893, en een andere 19e-eeuwse Namenaar, ene François Quinaux, schreef een jolig chanson in dialect over een volkse bruiloft, met daarin de regel: ‘Donez nos dèl viye keûte qui v’s avoz è botèyes’ (‘Geef ons oude keute die u op flessen heeft’).[11] Inderdaad: blijkbaar had in Namen de ‘keute’ de eeuwen overleefd, en wel in de gedaante van een oud bier!

Volgens de Namense archivaris en historicus Félix Rousseau was de ‘vieille keute’ een ‘sterk bier, een soort saison, een beetje zurig van smaak. Men brouwt het vooral in de maand maart en laat het tamelijk lang rijpen, soms wel een of twee jaar.’ Volgens Rousseau huurden de brouwers aan de Rue des Brasseurs ruimte in de kelders onder de Namense kathedraal en het Justitiepaleis om daar hun vaten met keute op te slaan. Rond 1870 zou de keute zijn verdwenen. Dat maakt tevens dat Rousseau, geboren in 1887, de productie ervan niet met eigen ogen gezien zal hebben.[12]

Verder is helaas niet veel over de 19e-eeuwse keute van Namen bekend. In een voetnoot bij het lied van Quinaux staat dat het een ‘tamelijk sterk bruin bier’ was. Komt de keute van Namen dus overeen met het bruingekleurd (en niet bijzonder houdbare) ‘Waals gerstebier’ van Namen dat in 1851 door de Franse ingenieur Georges Lacambre werd opgetekend?[13] Het is lastig te zeggen. Heeft keute daadwerkelijk de eeuwen overleefd of is het in de 19e eeuw opnieuw geïntroduceerd, een beetje zoals in Gent de Middeleeuwse ‘crabbeleire’ in 1847 door brouwer Vanderhaegen opnieuw op de markt werd gebracht?[14]

De Wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1885: geen van de Namense brouwers maakte nog keute. Bron: WikipediaIn ieder geval was de keute na 1870 inderdaad wel zo’n beetje verdwenen. De drie Namense bierbrouwers die hun producten exposeerden op de Wereldtentoonstelling in Antwerpen van 1885, maakten onder meer ‘saison namuroise (type local)’, ‘double’, en zelfs ondergistend ‘Felsen-bier’ (brouwer Mosselman du Chenoy had zelfs enorme kelders in een marmergroeve tot zijn beschikking).[15] Saison en double, maar geen keute.

Al met al kunnen we de geschiedenis van kuitbier weer een beetje herschrijven: kuit eindigde niet als een miezerig nabier in Haarlem, maar als een saison-achtig feestbier in Wallonië! Sterker nog, in 2013 lieten de heren van de Campagne Nederlandse Bierstijlen het Middeleeuwse Nederlandse kuitbier herleven, maar al in 1975 liet de ‘Confrérie des Chevaliers de la Tarte et de la Pompe’ uit de Namense voorstad Belgrade al een ‘Vî Keute’ opnieuw brouwen door brouwerij Lefebvre in het Brabantse Quenast.[16] Die ‘Confrérie’ is zo te zien een soort 'Houppe' van brouwerij L'Echassebuurtvereniging met gekke pakjes, het type broederschap dat in België veelvuldig voorkomt maar waar nuchtere Hollanders niets van snappen. Hoe dan ook, ik heb een donkerbruin vermoeden dat hun ‘Vî Keute’ qua receptuur in ieder geval niets met het 19e-eeuwse (of eerdere) keute-bier van Namen te maken heeft.

Tijdens mijn bezoek aan Namen heb ik geen Vî Keute kunnen vinden, en misschien is het wel niet meer in de handel. Maar inmiddels is ook een ander oud Namens bier weer terug, althans in naam: de nieuwe microbrouwerij L’Echasse heeft zijn enige bier ‘Houppe’ genoemd.[17] Dus ben je in Namen (bijvoorbeeld voor de Brussels Beer Challenge) en je kunt geen kuit vinden, drink dan eens een Namens hoppenbier…

[1] J. Borgnet en Stanislas Bormans, Cartulaire de la commune de Namur. Tome second, période des comtes particuliers 1118-1430, Namen 1873, p. 171; Marc Libert, La bière et la brasserie à Namur de 1376 à 1606, Louvain-la-Neuve 1985 (scriptie), p. 47. Vgl. J. Grandgagnage, Coutumes de Namur et coutume de Philippeville, Brussel 1870, p. 441.

[2] Libert, La bière et la brasserie à Namur, p. 40.

[3] Stanislas Bormans, Cartulaire de la commune de Namur. Tome troisième, période Bourgignonne 1429-1555, Namen 1876, p. 162.

[4] Libert, La bière et la brasserie à Namur, p. 40, 46-48.

[5] Vergelijk het artikel van Raf Meert, https://lambik1801.wordpress.com/2014/02/25/hals-bier-uit-1559-is-geen-lambik-deel-2/; Jef Van den Steen, Geuze & kriek. Het geheim van de lambik, Tielt 2011, p. 12.

[6] Libert, La bière et la brasserie à Namur, p. 46.

[7] Vincent Tavier, ‘Le commerce de la bière à Namur entre 1606 et 1794’, in: Annales de la Société archéologique de Namur, deel 67 nr. 1 (1991),  p. 41-56.

[8] Vincent Tavier, ‘ La corporation des brasseurs à Namur (1606-1794)’, in: Jacques Toussaint (red.), Corporations de métiers à Namur au XVIIIe siècle, Namen 1998, p. 117-126.

[9] Félix Rousseau, Légendes et coutumes du pays de Namur, Brussel 1971, p. 179-180. (Heruitgave van een boek uit 1920.)

[10] L’Indépendance Belge 8-5-1892.

[11] https://fr.wikipedia.org/wiki/Viv_Nameur_po_tot; L. Maréchal, ‘La vie de nos grands-pères évoquée par la chanson’, in: Le guetteur Wallon, jaargang 4 nr. 11 (1927), p. 253-260.

[12] Rousseau, Légendes et coutumes.

[13] G. Lacambre, Traité complet de la fabrication des bières et de la distillation des grains, deel 1, Brussel 1851, p. 320-321.

[14] Gazette van Brugge 21-6-1847, 25-6-1847.

[15] Exposition Universelle d’Anvers 1885 sous le haut patronage de sa majesté le roi des Belges. Catalogue de la section Belge, Brussel 1885, p. 190, 194, 200; Moniteur de la Brasserie de Bruxelles 1880, p. 122-126, te lezen op http://users.skynet.be/artemisia/briecongres.htm.

[16] http://www.cctpbelgrade.be/. Het is ook gebrouwen door de Brasserie du Bocq in Purnode, ik weet helaas niet wie het eerst was.

[17] http://www.houppe.be/fr/la-bibine


Eén reactie op “Kuitbier uit Namen”

  1. Marco Daane schreef:

    Geweldig verhaal, Roel. Fascinerend, en de juiste vraag die het oproept is natuurlijk inderdaad ‘Heeft keute daadwerkelijk de eeuwen overleefd of is het in de 19e eeuw opnieuw geïntroduceerd’. Ik veerde ook even op bij het zien van het woord ‘thibut’. Waar deed dat me ook alweer aan denken? Ik heb het gevonden: in Leiden was ‘tybus’ een ander woord van hoppenbier. Dat zou dus in Namen ook gewoon het geval kunnen zijn geweest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *