Hopfeesten (1): België

Hopoogst in Poperinge, 1939 - Bron: Westhoek VerbeeldtHet is september, dus de hop wordt geoogst. In België is de hop zelfs aanleiding voor de Hoppefeesten van Poperinge en de Hopduvelfeesten in Asse. Nu hebben die met de eigenlijke oogst nauwelijks iets te maken: het echte oogstfeest, in België ‘hommelpap’ of ‘hopfooi’ genaamd, speelde zich op de boerderij af. Ook Nederland heeft zijn ‘hoplast’ of ‘laars’ gekend: er werd ‘geklonken en gedronken, gesmuld en gedanst’. Daar wilde ik wel wat meer van weten.

Tegenwoordig werken velen van ons binnen, op een stoel. De hele dag achter je computer, aan de telefoon, in vergadering. ’s Avonds (en tussendoor) is er vermaak in de vorm van tv, internet, film, muziek van spotify, mp3 en cd. De hele dag met je hoofd bezig en media die je aandacht vraagt. Dan is het soms lastig je voor te stellen hoe dat in vroeger tijden ging, op het platteland. Waar de oogst een hoogtepunt van het jaar was: natuurlijk vanwege het belangrijke werk, maar ook vanwege de saamhorigheid van een ploeg mensen die samen optrekt. Want tijdens simpel werk als het plukken van druiven, appels of hopbellen heb je nog eens tijd voor een kletspraatje, en na een dag in de zon tussen het fruit heb je oprechte honger en dorst.

Hopoogst in Woesten (gemeente Vleteren), jaren 1950 - Bron: Westhoek VerbeeldtNeem nou hop. Hop oogsten is nog een heel karwei. Niet zwaar, maar wel een geduldig werkje. Ik weet er alles van, want ik heb zelf ook aardig wat hop in de tuin staan, en je moet de bellen er één voor één afplukken. Hoe dat allemaal in zijn werk ging, is prachtig beschreven in een boek dat is uitgegeven door het hopmuseum in het Belgische Poperinge: Kort, rap en zonder blad. Hiervoor heeft men de laatste mensen gevonden die het plukken met de hand in België nog hebben meegemaakt en ze geïnterviewd. Over de pluktechnieken, over wie er mee deed, de betaling, de sfeer, de vele anekdotes en vrijerijen. Het was een heel werk, maar het plukken gaf ook veel gezelligheid, wanneer buren, familie, dorpsgenoten en vreemdelingen kwamen helpen.[1]

Tegenwoordig is van die gezelligheid nog maar weinig over. Rond 1960 is de oogst in rap tempo gemechaniseerd, ook omdat plukkers steeds moeilijker te vinden waren (zie hier voor een video van hoe het nu toegaat met machines). Bovendien is het Belgische hopareaal door de jaren ineengeschrompeld. In het jaar 1880 stond er 3985 hectare, nu is dat nog maar 180 hectare, waarvan 95% rond Poperinge. De rest staat in de streek rond de steden Aalst en Asse, dat ooit veruit het grootste hopgebied was.[2] (Ter vergelijking: het grootste hopveld in Nederland, in het Limburgse Reijmerstok, is 4 hectare groot.)

Het plukken was werk op het land, van de vroege ochtend tot de avond. Aanvankelijk zat de Belgische hop op lange, los staande staken, maar eind negentiende eeuw ging men in Poperinge ertoe over om horizontale draden te spannen, met losse draden eraan hangend waarlangs de hop kon groeien. In het gebied Aalst-Asse haalde men de hop los en nam het mee naar de boerderij om daar de bellen eraf te halen, in Poperinge gebeurde dat op het veld, wat beter was voor de kwaliteit. Nadien werd de hop gedroogd in een speciaal gebouw, de eest, ook ‘ast’ of ‘keet’ genaamd.

Hoppefeesten Poperinge - Bron: Wikipedia (Dirk Van Esbroeck)In een stadje als Poperinge kon je in september een kanon afschieten: iedereen zat op het land te plukken. Mannen, vrouwen, kinderen, zelfs de kleinsten gingen mee, want wie zou thuis op ze moeten passen? De boer zorgde voor eten en verder werd er veel gekletst en gezongen. En na een paar weken was daar dan de laatste avond op de boerderij. In Poperinge heette dit de ‘hommelpap’, naar een zoete pap die werd geserveerd, terwijl er verder spelletjes werden gedaan, een stropop in brand werd gestoken, muziek gespeeld en gedanst. In Aalst-Asse sprak men van de ‘hopfooi’ of ‘kloering’. Pas toen de hoppluk met de hand op z’n retour was, in 1956, werden voor het eerst de Hopfeesten van Poperinge en de Hopduvelfeesten in Asse georganiseerd. In de stad, ver van de boeren. Met kostuums, poppen, een optocht, biertenten. Het was eerder voor de toeristen gedaan en werd verkocht als folklore. Met de intieme sfeer van de boerderij, waar een groep mensen wekenlang met elkaar was opgetrokken, had het allemaal niets te maken.[3]

Ik ben er wezen kijken, in Poperinge, in het hopmuseum, waar afgelopen zondag vijf bejaarden die de pluk met de hand nog hadden meegemaakt, hun kunstje nog één keer vertoonden. Ik kreeg de indruk dat men er stiekem het handwerk wel mist, met zijn romantiek en sfeer.

Hoe ging dat in Nederland, die hopoogst? Daar gaan we de volgende keer naar kijken!

[1] Mathias Cheyns, Kort, rap en zonder blad. Hoppepluk tussen 1880 en 1960, Brugge 2009. De hierna gegeven informatie over België is uit dit boek afkomstig.

[2] Cheyns, Kort, rap en zonder blad, p. 195, 205.

[3] Cheyns, Kort, rap en zonder blad, p. 197-202.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *