Factcheck: bier op wijn

Bier op wijn... of toch melk?Er zijn zo van die vertelsels die je altijd hoort en waarbij ik dan denk… zou dat nou? Het aloude rijmpje ‘Bier op wijn geeft venijn, wijn op bier geeft plezier’ bijvoorbeeld. Is dat nou echt waar? En hoe oud is die uitspraak eigenlijk?

Ik weet al wat de beter geïnformeerde lezer nu denkt: dit spreekwoord moet je niet letterlijk nemen. Het is, om een vriend van mij te citeren, ‘oorspronkelijk bedoeld als metafoor: van arm naar rijk is makkelijker dan van rijk naar arm. Daarmee wordt bier dus aangeduid als drank voor het gewone/arme volk, terwijl wijn een drank is voor gegoede/ontwikkelde burgers.’[1] Wie dus klimt van bierdrinker naar wijndrinker is goed bezig, wie van wijndrinker noodgedwongen bierdrinker wordt, heeft een probleem.

Het is een uitleg die je zo vaak hoort, tijdens rondleidingen en proeverijen, dat ik het niet kan nalaten dat te checken. Is het spreekwoord niet stiekem tóch letterlijk bedoeld, als drinktip tegen een kater? En waar komt het vandaan? Welnu, ik heb het speciaal voor jullie even nagezocht. En wat blijkt? In 1612 schreef de Antwerpse schrijver-filosoof Jan Gruterus al: ‘Melc op wyn, is fenyn; win op melc, medecyn’.[2]

Euhm, melk? Maar dat was geen vergissing, want bij de schrijvende priester Adriaan Poirters ging het enkele decennia later zo:

Wyn op melk genomen
Zal u wel bekomen
Maer melk op wyn
Dat is fenyn

Interessant genoeg presenteert Poirters het als een vertaling van het Franse ‘Vin sur lait c’est souhait / Lait sur vin c’est venin’. Bovendien geeft hij er een uitleg bij, en jawel: als een arm iemand die tot dan toe enkel ‘pap en moes en melk at’ kan opklimmen tot ‘rykere fortuin’, dan gaat het goed, en omgekeerd gaat het slecht. Sterker nog, dat laatste is niet alleen om lichamelijk ziek van te worden, maar ook om ‘in benauwde en gedurige zielepyn te vallen’.[3] Het was dus inderdaad geen advies voor het indelen van een avondje in de kroeg, het was ook toen al een metafoor.

Dichterlijke werkenJacob Cats, de facto dichter des vaderlands, gaf in diezelfde periode de definitieve vorm aan het rijmpje:

Melck op wijn
Dat is fenijn;
Maer wijn op melck
Is goet voor elck.[4]

Ene André Panckoucke gaf in 1750 in zijn woordenboek van Franse spreekwoorden nog een andere uitleg, namelijk dat kinderen melk drinken en dat wijnconsumptie dus een teken van volwassen worden is; daarentegen gaan enkel tuberculoselijders uit vrije wil van wijn op melk over.[5] Hoe dan ook, het spreekwoord ging nog altijd over melk, niet over bier.

Hoe is dan het bier erin geslopen? Vermoedelijk komt dat uit Duitsland. Een vroege vindplaats voor de versie-met-bier in het Nederlands is het lollige boekje Gedenkschriften van Oom Zebra over diverse vormen van alcoholica, vertaald uit het Duits. Hierin luidt het, anno 1844:

Wijn na bier, dat is te raden,
Bier na wijn moet gij versmaden.[6]

Wat een vertaling is van:

Wein auf Bier, das rath’ ich dir,
Bier auf Wein, das lasse sein.

In een uit het Duits vertaald artikel uit 1860 gaat het zo:

Bier op wijn,
Laat dat staan;
Wijn op bier
Raad ik u aan.[7]

Emil Döpler - Bier auf Wein (1873) - Staatliche Museen zu Berlin In 1861 geeft weer een andere vertaling van een Duitse tekst dan eindelijk ‘Bier op wijn is groot venijn’, en werd zo de uit Duitsland ingebrachte spreuk over bier dan toch vermengd met de al bestaande over melk, met het ‘venijn’ erin. [8] (Waarbij weer de vraag opkomt hoe een mengeling van bier en melk eigenlijk zou smaken, maar ik denk niet dat ik dat ga testen.) Het lijkt nog tot ongeveer 1880 te duren voordat het bier-spreekwoord in Nederland was ingeburgerd en dat het niet meer als Duits werd ervaren. Het melk-spreekwoord kon vervolgens een zachte dood sterven.

Overigens lijkt het Duitse spreekwoord ook niet erg oud te zijn. Terwijl het vrij makkelijk is om voor de Franse versie (met melk) zeventiende- en achttiende-eeuwse voorbeelden te vinden, kom ik in de gauwigheid voor de Duitse bier-versie niet verder terug dan de jaren 1830, misschien niet toevallig in Duits-Franse woordenboeken.[9]

Interessant is verder dat er in de negentiende eeuw een paar omgekeerde zegswijzen hebben bestaan, namelijk een metaforische omschrijving voor daadwerkelijk bier na wijn drinken. Zo konden Groningers ‘de boer op de edelman zetten’, ofwel iets minders na iets beters eten of drinken, zoals bier na wijn, of Franse brandewijn na Rijnwijn. Ook in het Nedersaksisch, Engels, Holsteins en Maastrichts kwam deze uitdrukking voor. In Maastricht kon men bij het drinken van bier na wijn ook zeggen: ‘Dee lék St. Pieter op Slevenier’, ofwel ‘dat is Sint Pieter op Ons Lieve Heer’.[10]

Hoe dan ook: ja, de uitdrukking ‘bier na wijn geeft venijn’ is metaforisch bedoeld, en is inderdaad al eeuwenoud. Oorspronkelijk ging het echter over melk, en het bier is er via Duitsland ingeslopen. Over de letterlijke betekenis hoef je je geen zorgen te maken: bier na wijn drinken geeft geen extra koppijn.[11] Mocht je afwijkende ervaringen hebben, dan was er waarschijnlijk wat anders aan de hand: wie na wijn nog bier heeft zitten drinken, heeft waarschijnlijk sowieso een dolle avond gehad. En dat voel je de volgende ochtend.


[1] Jeroen den Dunnen, ‘Bierproever op wijncursus deel 1: Vooroordelen’, http://dossierhop.nl/vooroordelen/.

[2] Jan Gruterus, Florilegii ethico-politicum nunquam ante hac editi. Pars Tertia,Frankfurt 1612, p. 158.

[3] Adrianus Poirters, Het masker van de wereld afgetrokken, Gent z.j., p. 120.

[4] Jacob Cats, Dichterlijke werken van Jacob Cats, Ridder, Raadspensionaris van Holland, Amsterdam 1828, p. 545.

[5] André Joseph Panckoucke, Dictionnaire des proverbes François, Frankfurt/Mainz 1750, p. 201.

[6] E. M. Oettinger, Gedenkschriften van Oom Zebra, tweede deel, Amsterdam 1844, p. 167.

[7] Nederlandsch Museum, jaargang 25 (1860), Schiedam, p. 311.

[8] J.J.A. Goeverneur (red.), De huisvriend. Gemengde lectuur voor burgers in stad en land, Leiden 1861, p. 415.

[9] Albert de Starschedel en G. Fries, Nouveau dictionnaire proverbial complet Français-Allemand et Allemand-Français, Arau 1836, p. 385; Matthias Pablasek, Tabellarische Französische Grammatik oder Neueste Methode, Wenen 1839, p. 294.

[10] H. Molema, ‘Nederduitsche spreekwoorden’, in: De Taalgids, 1862, p. 236-288 aldaar p. 254; De Maasgouw 28-10-1880 en 15-12-1881.

[11] Christoph Drösser, ‘Stimmt’s: Bier auf Wein, das laß sein – Wein auf Bier, das rat’ ich dir’, in: Die Zeit 7-11-1997; Hans van Maanen, Kleine encyclopedie van misvattingen, Amsterdam 1989. Vergelijk ook: Suzanne Baart, ‘Bier op wijn’, Volkskrant 12-12-1998.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *