Die ene brouwende monnik

In 1437 stierf een zekere Jorg in het melaatshuis van de stad Neurenberg. Is dat boeiend? Ja, want je kent hem.

In 1388 stichtte de rijke koopman Konrad Mendel in Neurenberg een huis waar twaalf oude handwerkslieden van hun verdiende oude dag konden genieten: het Zwölfbrüderhaus. Elke keer als er een oudje overleed, mocht er weer een andere in. Zo leefden ze daar als ‘begaarden’: de mannelijke tegenhangers van begijnen. Hoewel geen echte monniken, werden ze geacht er gehoorzaam en kuis te leven.

Een kleine veertig jaar na de stichting van het huis, ontstond de gewoonte om van elke broeder een portret te maken wanneer hij was overleden. De tekenaar of tekenaars legden daarbij niet zozeer de nadruk op het maken van een lijkend portret, maar op het beroep dat de overledene had uitgeoefend: wagenmaker, riemensnijder, hoornblazer, lakenkoopman, wagenvoerder…

Je voelt al waar dit verhaal heengaat: er staan ook een paar brouwers in het broederboek, dat overigens tot 1806 is bijgehouden en waarin maarliefst 765 broeders met hun beroep staan geportretteerd. Een van de brouwers was zoals gezegd broeder Jorg, van beroep ‘prew maister’, en ja, je kent hem:

Bier, geschiedenis van een volksdrank (1994) p. 40. Brand, traditie en vernieuwing (1996) p. 25 Kees Volkers, Wandelen over de bierkaai (2006), p. 10 Warner B. Banga, Historie van het Dockumer bier (z.j.) p.8.

Jorg, die uiteindelijk het broederhuis moest verlaten omdat hij lepra had, is één van de meest geportretteerde brouwers aller tijden. Dat komt omdat er nou eenmaal weinig middeleeuwse plaatjes bestaan van brouwers. Mensen die een bierboek samenstellen, of een website, lezing of een tentoonstelling, hebben dus niet zoveel keus als het daarom gaat. Een misschien wel nog vaker geziene brouwer is Jorgs medebroeder Herttel, die iets eerder, rond het jaar 1400, moet zijn overleden:

4 eeuwen Grolsch (2005) p. 16 Water wordt een feest als het bij de brouwer is geweest (Jaarboek Oud-Dordrecht 2007) p. 8 Hans Cornelissen, Het bierboeck (1983) p. 24
Randy Mosher, Radical brewing (2004) p. 6 Henri Reuchlin, Van bier tot brood (z.j.) p. 22 Rudolf Philips, Mestreechs aajt (1984) p. 22
Paul van Dun, Acht eeuwen uit een goei vat (1998) p. 17 Biermagazine, special Bockbier (2015) p. 5 Musée Européen de la bière, Stenay, Frankrijk

Het boek van het Zwölfbruderhaus is een ware schat op het gebied van informatie over de beroepen van de Middeleeuwen: hoe zagen de producten, grondstoffen en de gereedschappen eruit? Welke beroepen bestonden er blijkbaar allemaal, van rozenkransmaker tot wolkammer? Dat je ‘die ene brouwende monnik’ (die dus geen monnik was) dus overal ziet, is op zich terecht: het is een prachtig plaatje. Het is gewoon zo jammer dat er niet wat meer verschillende van dit soort plaatjes bestaan.

Bron: nuernberger-hausbuecher.de


Eén reactie op “Die ene brouwende monnik”

  1. levende geschiedenis schreef:

    Prima werk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *